Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Chileense grote pijlstormvogel
Chileense grote pijlstormvogel | Ardenna creatopus
Pink-footed Shearwater | Pardela patas rosadas
De Chileense grote pijlstormvogel is een grote, grijsbruine pijlstormvogel met een lichte buik, die elke boreale zomer in aanzienlijke aantallen langs de hele Amerikaanse westkust trekt. Hij broedt uitsluitend op een handvol eilanden voor Chili en is daar door bijvangst en ingevoerde predatoren kwetsbaar geworden.
Geluid
Op zee is de soort weinig luidruchtig; tijdens het foerageren laat hij soms een hinnikend geluid horen. Op de broedkolonie, ver buiten dit kaartvenster, wisselen partners zachte duetten in het broedhol af met het onderling verzorgen van kop en nek; van de zee voor Noord-Amerika is niets daarvan te horen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Grijsbruin van boven, met een lichte, wisselend grijs gevlekte onderkant, vooral op keel, flanken en ondervleugel; de snavel is roze met een donkere punt, de poten zijn roze. De soort is groter en zwaarder dan de meeste andere lichtbuikige pijlstormvogels voor deze kust, met tragere, stijvere vleugelslagen. Mannetjes zijn gemiddeld iets groter dan vrouwtjes, maar in het veld is dat verschil niet te gebruiken.
Verwarringssoorten
De Australische grote pijlstormvogel, zijn naaste verwant, is geheel donker en mist de lichte buik, al blijven jonge exemplaren daarvan altijd donkerder onder dan deze soort. De wigstaartpijlstormvogel van Buller heeft een scherp afgetekende donkere kap en een opvallend donker M-patroon over de bovenvleugel dat deze soort mist. De zwartkuifpijlstormvogel is duidelijk kleiner, met wit vrijwel beperkt tot het gezicht en meer grijs op de flanken.
Leefgebied
Binnen dit kaartvenster is de soort een echte oceaanvogel, maar met een duidelijke voorkeur voor water dichter bij de vaste kust dan de meeste andere buisneuzen, vooral boven het continentaal plat in warm-gematigd water van ongeveer 14 tot 18 graden. Hij grijpt vis, inktvis en kreeftachtigen van het oppervlak, met ansjovis en sardine als belangrijke prooi, en volgt geregeld vissersschepen. Broedkolonies liggen op beboste hellingen van eilanden, ver buiten dit kaartvenster.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De soort broedt vrijwel uitsluitend op de Juan Fernández-eilanden en Isla Mocha voor Chili. Na het broedseizoen trekken de vogels duizenden kilometers naar het noorden, naar de wateren van de Amerikaanse westkust, waar ze van april tot november algemeen zijn van Californië tot British Columbia, met de meeste vogels in september; incidenteel wordt de soort ook noordelijker, tot in de Golf van Alaska, gezien.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Op een pelagische boottocht voor de kust van Californië, Oregon of Washington tussen mei en oktober is dit doorgaans de talrijkste lichtbuikige pijlstormvogel; de roze snavelbasis valt daarbij vaak eerder op dan de roze poten.
Staat van instandhouding
De soort geldt als kwetsbaar. Bijvangst in de Chileense ringzegenvisserij op ansjovis en sardine eist naar schatting jaarlijks meer dan duizend volwassen vogels, illegale kuikenoogst op Isla Mocha gaat al sinds de jaren dertig door, en ingevoerde ratten, katten, konijnen en honden bedreigen de kwetsbare broedkolonies.
Wetenschappelijke naam
Ardenna creatopus | (Coues, 1864)
De Amerikaanse arts en ornitholoog Elliott Coues beschreef de soort in 1864 als Puffinus creatopus, op basis van een exemplaar van San Nicolas-eiland voor Californië — de typelocatie ligt daarmee in de Verenigde Staten, al broedt de soort uitsluitend in Chili. Ze is sindsdien in het geslacht Ardenna geplaatst, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. De soortaanduiding creatopus komt van het Griekse kreas, kreatos ('vlees') en pous ('voet'), dus net als bij de Australische grote pijlstormvogel 'vleesvoet', maar dan via Griekse in plaats van Latijnse wortels. Het geslacht Ardenna werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach, naar Artenna, een term die Aldrovandi in 1603 voor een zeevogel gebruikte.
