Alle soortenZangvogelsLijsters › Hawaiilijster

Hawaiilijster | Myadestes obscurus

Omao | Solitario omao

De hawaiilijster is de enige solitaire die op het eiland Hawaï nog algemeen is: een gedrongen, olijfbruine vogel van het natte ohia-bos, die vooral op het gehoor wordt vastgesteld. Van de vijf Hawaiiaanse solitaires zijn er twee uitgestorven en is er één sinds tientallen jaren niet meer gezien; deze soort houdt nog ongeveer dertig procent van zijn oorspronkelijke areaal bezet.

Hawaiilijster (Myadestes obscurus)
Foto: Bettina Arrigoni — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit korte, ruwe, klokkende en fluitende zinnen die abrupt afbreken, met daartussen lange stiltes; hij wordt vanuit de kroon gebracht en is in het gesloten bos vrijwel het enige teken van aanwezigheid. De roep is een schor, rasperig rrr en een hoog, kattenachtig gemiauw. Mannetjes voeren een zangvlucht uit waarbij ze boven de boomkruinen opklimmen en al zingend dalen — een vertoning die met de Engelse term skylarking wordt aangeduid.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een korte, stevige vogel met een grote kop, korte staart en rechte houding, dofbruin-olijf van boven en grijs van onderen, met een vage lichte oogring en donkere poten. Kenmerkend is het snel trillen van de vleugels terwijl de vogel stilzit, een beweging die hij enkele malen per minuut herhaalt. Hij eet vooral vruchten en plukt die vaak biddend van de tak. Jonge vogels zijn over kop, rug en onderdelen geschubd met vaalbruine vlekken.

Verwarrings­soorten

Op Hawaï is er geen andere bruine bosvogel van dit formaat; verwarring kan alleen ontstaan met de kleine kauailijster, maar die komt uitsluitend op Kauai voor en heeft roze poten, een duidelijk witte oogring en een slanker postuur. Jonge hawaiilijsters zijn door hun geschubde onderdelen wel eens voor een iiwi of een jonge honingkruiper aangezien; de rechte, korte snavel en het vleugeltrillen sluiten dat uit. De zang, met zijn afgebroken zinnen en lange pauzes, is anders dan het aanhoudende gefluit van de kleine kauailijster.

Leefgebied

Vochtig en nat bergbos van ohia met koa, met een dichte ondergroei van varens en vruchtdragende struiken als olapa en kawau. Vroeger reikte het gebied van 300 tot 3000 meter; nu zit het zwaartepunt boven 1000 meter, met een kleinere populatie in alpiene struikvegetatie tussen 2000 en 3000 meter. De ondergrens valt samen met de hoogte waarboven muggen nauwelijks voorkomen. Voor het nest gebruikt hij boomholtes, varenkragen en rotsnissen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De soort komt alleen voor op het eiland Hawaï en vormt daar twee hoofdpopulaties: op de oostelijke helling van Mauna Loa en Mauna Kea en in het zuiden rond Kilauea en het Kau-woud, plus een kleinere groep in het alpiene struweel hogerop. Uit het westen, noorden en de laaglanden van het eiland is hij verdwenen. Op de andere Hawaiiaanse eilanden heeft hij nooit gebroed; de verwante solitaires daar — kamao van Kauai, olomao van Molokai en Lanai, amaui van Maui — zijn uitgestorven of verdwenen.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

De beste kans geven de hooggelegen wandelpaden van Hawaii Volcanoes National Park en de bosreservaten van Hamakua boven 1200 meter, in de vroege ochtend: luister eerst naar de schorre roep en zoek dan in de kroon naar een stille, kortstaartige vogel die zijn vleugels laat trillen. Sta stil bij een dragende olapa — de vogels komen naar de vrucht toe.

Staat van instandhouding

De IUCN rekent de soort tot gevoelig; de populatie werd bij de bossenvogeltellingen van 1976 tot 1983 op ongeveer 170.000 vogels geschat, en het aantal onder 1200 meter lijkt sindsdien stabiel of licht toenemend. De belangrijkste bedreiging is vogelmalaria, overgebracht door de ingevoerde mug Culex quinquefasciatus: de soort verdween uit de lagere bossen waar die mug voorkomt, en een stijgende temperatuur brengt de mug hoger de berg op. Daarnaast is er nestpredatie door ratten en aantasting van de ondergroei door verwilderde varkens. Het beheer bestaat uit omrasteren, het verwijderen van hoefdieren, bestrijding van ratten en katten en herstel van het inheemse bos boven 1500 meter.

Wetenschappelijke naam

Myadestes obscurus | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Muscicapa obscura, naar materiaal van de Sandwicheilanden — de naam die Cook aan de Hawaiiaanse archipel had gegeven; door de latere plaatsing in Myadestes staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam obscurus is Latijn voor 'donker' of 'dof', naar het kleurloze verenkleed. De geslachtsnaam Myadestes betekent 'vliegeneter', van het Griekse muia en edestes. De Hawaiiaanse naam ʻōmaʻo betekent 'groen', naar de olijfgroene tint van rug en vleugels.