Alle soortenKraanvogelachtigenRallen › Koningsral

Koningsral | Rallus elegans

King Rail | Rascón Elegante

De koningsral is de grootste ral van Noord-Amerika, een vogel van zoetwatermoeras met een roestrode borst en een lange, licht gebogen snavel. Hij loopt door dicht riet en lisdodde en laat zich vooral in de schemering horen. Sinds 1966 zijn de aantallen met ongeveer vijfentachtig procent gedaald, vooral in het binnenland.

Koningsral (Rallus elegans)
Foto: lwolfartist — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep van het mannetje is een reeks harde, houterige kek-tonen, trager en zwaarder dan die van de klapperral en met duidelijke stiltes ertussen. Daarnaast klinkt een grommende reeks joep-joep-joep, die afneemt in kracht en waarmee paren elkaar antwoorden. Het meeste geluid komt in april en mei bij zonsopgang en na zonsondergang, en soms de hele nacht door. Een plotselinge harde klap of een langsrijdende trein kan een hele moerasrand aan het roepen zetten.

Luister: RoepXC903272

Opname: steve — CC BY-SA 4.0 · Buxton, Dare County, North Carolina, United States · xeno-canto

Herkenning

Een grote, hoogpotige ral met een kleine kop, een lange en iets neerwaarts gebogen snavel en een korte staart. De borst en de voorhals zijn warm roestrood, de wangen grijs en de keel wittig; de rug is zwartbruin met olijfgele veerzomen en de flanken zijn scherp zwart-wit gebandeerd. De snavel is oranje aan de basis met een donkere punt en de poten zijn lang en oranjebruin. Man en vrouw zijn gelijk gekleurd; het mannetje is groter. Jonge vogels zijn donkerder en doffer met een grauwe borst, en donsjongen zijn geheel zwart. In vlucht hangen de poten en klapwiekt hij laag over het riet, meestal maar enkele tientallen meters ver.

Verwarrings­soorten

De klapperral is kleiner, grijzer en doffer, met een bruinolijf in plaats van roestrode borst, en houdt zich aan zout getijdenmoeras; waar zoet en zout in elkaar overgaan komen ook tussenvormen voor, want beide soorten kruisen daar met elkaar. De Californische ral van de westkust lijkt sterk op de klapperral en overlapt niet met deze soort. De virginiaral heeft hetzelfde kleurpatroon maar is met twintig tot zevenentwintig centimeter minder dan half zo lang en veel fijner van snavel. De soraral is klein, grijs en heeft een korte gele snavel.

Leefgebied

Zoetwater- en brakwatermoeras met lisdodde, biezen, riet en zeggen, met ondiep water en modderige open plekken om in te foerageren. Ook rijstvelden, natte weiden, ingedijkte moeraspercelen en brede greppels langs wegen worden gebruikt, zolang er dekking en een zachte bodem zijn. Hij houdt van een mozaïek van dichte begroeiing en open slik, en vermijdt zowel diep open water als volledig zout getijdenmoeras. Waar het water zouter wordt, neemt de klapperral zijn plaats in.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel in de kustvlakte van de Golf van Mexico en de zuidelijke Atlantische kust, van Texas tot Florida en noordwaarts tot in Delaware, en met een vaste bevolking op Cuba. In het binnenland broedt hij plaatselijk tot aan de Grote Meren en het uiterste zuiden van Ontario; die vogels trekken in het najaar zuidwaarts en overwinteren aan de Golfkust, waar een deel doorschuift naar Tamaulipas en Veracruz. In de twintigste eeuw is het binnenlandse areaal sterk gekrompen door het droogleggen van moerassen, het rechttrekken van beken en het verdwijnen van natte weiden. Aan de kust houdt hij plaatselijk stand.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in mei bij zonsopgang langs de rand van een zoetwatermoeras of een ingedijkt rietperceel, en luister eerst een kwartier zonder te lopen. Als het antwoord uitblijft, helpt een harde klap in de handen: de vogel reageert op plotseling geluid. Een ral die in beeld komt, loopt bijna altijd langs de scheiding tussen riet en open slik, en trekt zich bij de eerste beweging terug.

Staat van instandhouding

De soort staat als gevoelig (NT) op de Rode Lijst; de Noord-Amerikaanse aantallen zijn sinds 1966 met ongeveer vijfentachtig procent afgenomen. In Canada geldt hij als bedreigd en in verscheidene staten van het Midwesten is hij wettelijk beschermd. Drooglegging, verzilting van kustmoeras en het verdwijnen van ondiepe overstromingsvlakten zijn de hoofdoorzaken; in een aantal staten is hij daarnaast nog altijd een jachtsoort.

Wetenschappelijke naam

Rallus elegans | Audubon, 1834

John James Audubon beschreef de soort in 1834 als Rallus elegans; ze staat nog altijd in dat geslacht en daarom staan auteur en jaartal zonder haakjes. De naam verscheen bij plaat 203 van The Birds of America, met de tekst in het derde deel van de Ornithological Biography. elegans is Latijn voor 'uitgelezen' of 'keurig', naar de scherp getekende bandering op de flanken. Als typelocatie werden aanvankelijk verschillende staten genoemd; later is die beperkt tot Charleston in South Carolina.