Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Nevadagors
Nevadagors | Artemisiospiza nevadensis
Sagebrush Sparrow | Chingolo de Nevada
De nevadagors is de gors van de grote aaneengesloten sagebrushvlakten van het Grote Bekken en het Columbiabekken. Hij rent liever tussen de struiken door dan dat hij vliegt, houdt daarbij de staart omhoog, en zingt vanaf de top van een alsemstruik. Tot 2013 gold hij samen met bells gors als één soort.
Geluid
De zang is een korte, abrupt beginnende reeks van twee of drie hoge, ijle noten gevolgd door een lagere, wat buzzende slotfrase, in enkele seconden afgelopen en van een struiktop gebracht. Het geluid draagt over de open vlakte verder dan de vogel groot is. De roep is een dun, helder tink, vaak in reeksen als twee vogels elkaar volgen tussen de struiken door.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een kleine, langgestaarte gors met een grijze kop, een witte oogring, een witte vlek vóór het oog boven een donkere teugel en een smalle donkere baardstreep. De rug is zandbruin met duidelijke donkere streping; de onderdelen zijn wit met een enkele donkere vlek midden op de borst en fijne streping langs de flanken. De staart is lang en donker en wordt bij het lopen omhoog gehouden. Man en vrouw zien er gelijk uit. Vogels in het westelijke deel van het areaal zijn bleker en grijzer dan die in het oosten.
Verwarringssoorten
Bells gors is de enige echte verwarringssoort en verschilt in drie punten: de kop is donkerder en meer contrasterend grijs, de baardstreep is breder en zwarter en duidelijk afgetekend, en de rug is vrijwel ongestreept tot fijn gestreept in plaats van duidelijk gestreept. De nevadagors is over het geheel bleker, zandkleuriger en fijner getekend. In de winter, wanneer beide soorten in dezelfde woestijnstruwelen zitten, is het onderscheid vaak niet met zekerheid te maken en beslist het gebied waarvandaan de vogel komt. De zwartkeelgors heeft een zwarte keel en een scherp zwart-wit gezichtspatroon zonder borstvlek.
Leefgebied
Sterk gebonden aan grote alsemstruik (Artemisia tridentata) in uitgestrekte, weinig verstoorde vlakten, en daarnaast aan gemengd struweel met bitterbrush, zoutstruik en greasewood. Hij heeft naar gorzenmaat zeer grote territoria en keert jaar na jaar naar dezelfde plek terug. Op de trek en in de winter zit hij in droge graslanden, woestijnstruweel en yucca- en cactusvlakten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt in het binnenland van het westen van de Verenigde Staten: van Oost-Washington en Zuid-Oregon door Idaho, Nevada en Utah tot West-Wyoming, West-Colorado en Zuidwest-Montana, en in het oosten van Californië. Vrijwel de hele populatie trekt weg; de winter wordt doorgebracht in de woestijnen van Arizona, Zuid-New Mexico, West-Texas en het noorden van Mexico, met Sonora en Chihuahua als zwaartepunt. In Zuid- en West-Nevada blijft een klein aantal het hele jaar. De verdeling over de Mexicaanse deelstaten is bij benadering aangegeven.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in april of mei bij zonsopgang naar een aaneengesloten sagebrushvlakte en zoek de zingende vogels op de struiktoppen; later op de dag verdwijnen ze naar de grond en zijn ze alleen nog als rennend silhouet tussen de struiken te zien. Let dan op de opgeheven staart — dat gedrag verraadt de soort ook op afstand.
Staat van instandhouding
De populatie wordt op minstens 5,4 miljoen vogels geschat en de soort geldt als weinig zorgwekkend, maar ze staat op de gele waarschuwingslijst van de Noord-Amerikaanse Tipping Point-analyse. Het knelpunt is het sagebrush-ecosysteem zelf: branden die door ingevoerde cheatgrass sneller terugkeren, omzetting in bouwland, begrazing en versnippering door wegen en energiewinning verkleinen de aaneengesloten vlakten waarvan de soort afhankelijk is. Kleine, geïsoleerde stukken sagebrush worden door de soort weinig gebruikt.
Wetenschappelijke naam
Artemisiospiza nevadensis | (Ridgway, 1874)
Ridgway beschreef de vorm in 1874 als Poospiza belli nevadensis, naar een exemplaar uit de West Humboldt Mountains in Nevada; door de verheffing tot soort en de verplaatsing naar een ander geslacht staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Artemisiospiza werd in 2011 ingevoerd en combineert Artemisia, het plantengeslacht van de alsem en de sagebrush, met het Griekse spiza 'vink'. Nevadensis betekent 'van Nevada', naar de typelocatie. De Engelse naam Sagebrush Sparrow noemt de plant, de Nederlandse de staat.




