Alle soortenZangvogelsVinkachtigen › Oahu-amakihi

Oahu-amakihi | Chlorodrepanis flava

Oahu Amakihi | Amakihi de Oahu

De oahu-amakihi is een kleine groengele honingkruiper die alleen op Oahu voorkomt. Van alle overgebleven Hawaiiaanse honingkruipers houdt hij zich het best staande: terwijl de meeste soortgenoten naar bos boven de duizend meter zijn teruggedrongen, broedt hij ook in valleien vlak boven de bebouwing.

Oahu-amakihi (Chlorodrepanis flava)
Foto: Atomic7732 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang van het mannetje is een korte, droge triller die van begin tot eind dezelfde toonhoogte en hetzelfde tempo houdt — een ratelend tr-r-r-r-r van een seconde of twee, dat vanaf een hoge tak wordt gegeven. De roep is een nasaal, opgetrokken tsjie, vaak herhaald tijdens het foerageren en het gemakkelijkst op te pikken kenmerk in dicht blad. Beide geslachten roepen; het vrouwtje zingt zelden.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een vogel van ongeveer elf centimeter met een korte, duidelijk naar beneden gebogen snavel. Het mannetje is geelgroen van boven en geel van onderen, met een zwarte teugel tussen snavel en oog die als een klein donker masker oogt. Het vrouwtje en de jonge vogel zijn grijsgroen van boven en vuilwit van onderen, met twee bleke vleugelstrepen en een vagere teugelvlek. De snavel is bij het mannetje zwaarder dan bij het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De Japanse brilvogel, overal op Oahu talrijk, heeft een opvallende witte oogring, een dunne bijna rechte snavel en geen donkere teugel; de amakihi heeft juist die teugelvlek en een dikkere, gebogen snavel. De apapane is dieprood met zwarte vleugels en staart en een witte onderstaart, dus alleen in silhouet verwarrend. De oahu-elepaio is groter, bruiner en houdt de staart vaak omhoog.

Leefgebied

Vochtig bergbos met ohia en koa is de kern, maar de soort gebruikt ook aanplant van niet-inheemse bomen, boomrijke parken en tuinen tegen de bergvoet aan. Hij komt vooral boven vijfhonderd meter voor en in een aantal valleien ook lager, tot dicht bij de rand van Honolulu. Hij foerageert snel door bladeren en dunne takken, neemt nectar uit ohia- en bananenbloemen en zoekt insecten en spinnen uit de bladoksels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het hele areaal ligt op Oahu: de natte zuidoostelijke hellingen van de Koolau-keten, de valleien bij Wahiawa en Mililani en het gebied rond het Honouliuli-reservaat in de Waianae-keten. Het is de talrijkste inheemse bosvogel van het eiland; schattingen lopen in de tienduizenden. Anders dan bij de meeste honingkruipers breidde het verspreidingsbeeld zich sinds de jaren negentig naar beneden uit, in laagland waar vogelmalaria het hele jaar rondgaat.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Wa'ahila Ridge boven Honolulu en het Aiea Loop Trail zijn de eenvoudigste plekken; ga vroeg in de ochtend, wanneer er het meest wordt gezongen. Luister eerst en kijk daarna: de triller op één toonhoogte scheidt hem al van de brilvogel, die een hoger, oplopend gebabbel geeft. Let bij zicht op de zwarte teugel — die blijft ook in slecht licht zichtbaar.

Staat van instandhouding

De soort staat als gevoelig op de Rode Lijst. Bij een deel van de laaglandpopulatie is weerstand tegen vogelmalaria vastgesteld; die vogels overleven een besmetting die elders in Hawaï dodelijk is, wat de uitbreiding naar lager gelegen bos verklaart. Verlies van inheems bos, ratten en katten, en concurrentie met ingevoerde zangvogels blijven de belangrijkste knelpunten. Het areaal is klein en beperkt tot één eiland, waardoor een uitbraak of een grote brand de hele populatie raakt.

Wetenschappelijke naam

Chlorodrepanis flava | (Bloxam, 1827)

Andrew Bloxam beschreef de soort in 1827 als Nectarinia flava, naar materiaal van de reis van HMS Blonde; omdat ze later in een ander geslacht werd geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlorodrepanis werd in 1899 ingevoerd door Robert Perkins, uit het Griekse khloros 'groen' en drepanis 'sikkel', naar de gebogen snavel. De soortnaam flava is Latijn voor 'geel'. De Nederlandse en Engelse naam nemen het Hawaiiaanse ʻamakihi over, dat naar de kromming van de snavel verwijst.