Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Oʻahu-ʻamakihi

Oʻahu-ʻamakihi | Chlorodrepanis flava

Oʻahu ʻAmakihi | ʻAmakihi de Oʻahu

De Oʻahu-ʻamakihi is een kleine groengele honingkruiper die alleen op Oʻahu voorkomt. Van alle overgebleven Hawaïaanse honingkruipers houdt hij zich het best staande: terwijl de meeste soortgenoten naar bos boven de duizend meter zijn teruggedrongen, broedt hij ook in valleien vlak boven de bebouwing.

Oʻahu-ʻamakihi (Chlorodrepanis flava)
Foto: Atomic7732 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang van het mannetje is een korte, droge triller die van begin tot eind dezelfde toonhoogte en hetzelfde tempo houdt — een ratelend tr-r-r-r-r van een seconde of twee, dat vanaf een hoge tak wordt gegeven. De roep is een nasaal, opgetrokken tsjie, vaak herhaald tijdens het foerageren en in dicht blad vaak het eerste wat van de vogel wordt waargenomen. Beide geslachten roepen; het vrouwtje zingt zelden.

Luister: ZangXC454888

Opname: Sean Erroll MacDonald — CC BY-NC-SA 4.0 · Waipahu, Honolulu County, Hawaii, United States · xeno-canto

Herkenning

Een vogel van ongeveer elf centimeter met een korte, duidelijk naar beneden gebogen snavel. Het mannetje is geelgroen van boven en geel van onderen, met een zwarte teugel tussen snavel en oog die als een klein donker masker oogt. Het vrouwtje en de jonge vogel zijn grijsgroen van boven en vuilwit van onderen, met twee bleke vleugelstrepen en een vagere teugelvlek. De snavel is bij het mannetje zwaarder dan bij het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De Japanse brilvogel, overal op Oʻahu talrijk, heeft een witte oogring, een dunne bijna rechte snavel en geen donkere teugel; de ʻamakihi heeft juist die teugelvlek en een dikkere, gebogen snavel. De ʻapapane is dieprood met zwarte vleugels en staart en een witte onderstaart, dus alleen in silhouet verwarrend. De Oʻahu-ʻelepaio is groter, bruiner en houdt de staart vaak omhoog.

Leefgebied

Vochtig bergbos met ʻohiʻa en koa (Acacia koa, een inheemse Hawaïaanse boom) is de kern, maar de soort gebruikt ook aanplant van niet-inheemse bomen, boomrijke parken en tuinen tegen de bergvoet aan. Hij komt vooral boven vijfhonderd meter voor en in een aantal valleien ook lager, tot dicht bij de rand van Honolulu. Hij foerageert snel door bladeren en dunne takken, neemt nectar uit ʻohiʻa- en bananenbloemen en zoekt insecten en spinnen uit de bladoksels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het hele areaal ligt op Oʻahu: de natte zuidoostelijke hellingen van de Koolau-keten, de valleien bij Wahiawa en Mililani en het gebied rond het Honouliuli-reservaat in de Waianae-keten. Het is de talrijkste inheemse bosvogel van het eiland; schattingen lopen in de tienduizenden. Anders dan bij de meeste honingkruipers breidde het verspreidingsbeeld zich sinds de jaren negentig naar beneden uit, in laagland waar vogelmalaria het hele jaar rondgaat.

HawaïNiihauKauaiOahuLanaiMolokaiKahoolaweMauiHawaii
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de kaart van Noord-Amerika zou deze vogel een stipje linksonder zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Per eiland gemeten aan de waarnemingen van GBIF: het aantal waarnemingen van de soort gedeeld door alle vogelwaarnemingen daar, per seizoen, net als op de gewone kaart. Op Niihau en Kahoolawe wordt zo weinig gekeken dat de meting daar zwijgt en de standaardwerken het zeggen. Eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Wa'ahila Ridge boven Honolulu en het Aiea Loop Trail zijn twee vindplaatsen; ga vroeg in de ochtend, wanneer er het meest wordt gezongen. Luister eerst en kijk daarna: de triller op één toonhoogte scheidt hem al van de brilvogel, die een hoger, oplopend gebabbel geeft. Let bij zicht op de zwarte teugel — die blijft ook in slecht licht zichtbaar.

Staat van instandhouding

De soort staat als gevoelig (NT) op de Rode Lijst. Bij een deel van de laaglandpopulatie is weerstand tegen vogelmalaria vastgesteld; die vogels overleven een besmetting die elders in Hawaï dodelijk is, wat de uitbreiding naar lager gelegen bos verklaart. Verlies van inheems bos, ratten en katten, en concurrentie met ingevoerde zangvogels blijven de belangrijkste knelpunten. Het areaal is klein en beperkt tot één eiland, waardoor een uitbraak of een grote brand de hele populatie raakt.

Wetenschappelijke naam

Chlorodrepanis flava | (Bloxam, 1827)

Andrew Bloxam beschreef de soort in 1827 als Nectarinia flava, naar materiaal van de reis van HMS Blonde; omdat ze later in een ander geslacht werd geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlorodrepanis werd in 1899 ingevoerd door Robert Perkins, uit het Griekse khloros 'groen' en drepanis 'sikkel', naar de gebogen snavel. De soortnaam flava is Latijn voor 'geel'. De Nederlandse en Engelse naam nemen het Hawaïaanse ʻamakihi over, dat naar de kromming van de snavel verwijst.