Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Stejnegers zee-eend
Stejnegers zee-eend | Melanitta stejnegeri
Stejneger's Scoter | Negrón de Stejneger
Stejnegers zee-eend is de Aziatische tegenhanger van de Amerikaanse grote zee-eend, tot 2019 nog als dezelfde soort beschouwd en pas sinds die splitsing als eigen soort erkend. In Noord-Amerika bereikt hij alleen de westkust van Alaska, waar hij in klein aantal broedt en foerageert langs de kust van de Beringzee. Buiten dit gebied is hij een Aziatische vogel, van Siberië tot Japan en Korea.
Geluid
Net als bij de Amerikaanse grote zee-eend laten mannetje en vrouwtje bij intensieve balts een hoog, fluitend piepen horen, ongewoon voor een zee-eend. Op het water is de soort meestal stil, en wat vooral opvalt is het fluitende geluid van de vleugels tijdens de vlucht, een kenmerk dat hij met alle zee-eenden deelt. Rond de broedplaatsen aan de kust van de Beringzee is dat vleugelgeluid vaak het eerste teken van een groep die opvliegt.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Het mannetje is zwart met een klein, komma-vormig wit vlekje achter het oog, een groot wit vleugelveld en een zwarte, sterk opbollende knobbel aan de snavelbasis met een opvallend fel oranje puntje. De flanken zijn bij Stejnegers zee-eend vrijwel altijd egaal zwart, zonder de bruine waas die de Amerikaanse grote zee-eend vaak wel toont, en de kop oogt iets voller en hoekiger. Het vrouwtje is donkerbruin met een ronde kop en een relatief korte snavel en is in het veld nauwelijks te onderscheiden van het vrouwtje van de Amerikaanse grote zee-eend. Juveniele vogels lijken op het vrouwtje. In vlucht is de soort, net als zijn Amerikaanse tegenhanger, herkenbaar aan het brede witte vleugelveld.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse grote zee-eend (Melanitta deglandi) is verreweg de grootste verwarringsbron: tot 2019 gold hij als dezelfde soort, en vrouwtjes en onvolwassen vogels zijn in het veld vaak niet met zekerheid te scheiden. Bij mannetjes geven de egaal zwarte flanken, de steilere, vollere kop en de feller oranje snavelpunt van Stejnegers zee-eend de beste aanwijzingen. In Europa en West-Azië leeft de nauw verwante grote zee-eend (Melanitta fusca), die niet overlapt met Stejnegers zee-eend. Van de brilzee-eend en de Amerikaanse zwarte zee-eend, de andere twee zee-eenden van dit gebied, onderscheidt hij zich meteen door het witte vleugelveld, dat bij die twee volledig ontbreekt.
Leefgebied
Broedt aan ondiepe poelen en meren op de toendra, dicht bij de kust, in het uiterste noordoosten van Siberië. In Alaska is hij vrijwel uitsluitend te zien op de beschutte kustwateren en baaien van de Beringzeekust, waar hij net als de andere zee-eenden op mosselen en andere schelpdieren duikt. Open, diep water zonder schelpdierbanken gebruikt hij nauwelijks, en van het binnenland blijft hij weg.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt van het stroomgebied van de Jenisej tot Kamtsjatka en overwintert rond de Koerilen en Kommandeurseilanden, langs de kust van Japan en op het noordoostelijke deel van het Koreaanse schiereiland. In Noord-Amerika werd de soort pas in 2002 voor het eerst met zekerheid vastgesteld, op Saint Lawrence Island; sinds de erkenning als aparte soort in 2019 blijkt hij in kleine aantallen regelmatig voor te komen rond Cape Nome op het Seward-schiereiland in West-Alaska, waar hij vrijwel zeker ook broedt. Verspreide winterwaarnemingen elders in Noord-Amerika, tot in Californië en Montana, zijn te schaars en te onregelmatig om als vaste verspreiding te gelden.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De beste kans in Noord-Amerika is laat in het voorjaar en in de zomer rond Cape Nome, Alaska, tussen groepen Amerikaanse grote zee-eenden: let dan op egaal zwarte flanken en een felle oranje snavelpunt bij het mannetje. Vrouwtjes zijn zo goed als niet met zekerheid op naam te brengen; concentreer je daarom op de mannetjes en op de plek en het seizoen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, al is er over de precieze omvang en trend van de populatie weinig bekend, mede doordat de soort pas sinds 2019 los van de Amerikaanse grote zee-eend wordt geteld. Het grootste deel van het verspreidingsgebied ligt in afgelegen delen van Siberië, waar regulier onderzoek schaars is; voor de kleine, recent ontdekte broedpopulatie in Alaska is nog geen aparte trend vastgesteld.
Wetenschappelijke naam
Melanitta stejnegeri | (Ridgway, 1887)
Robert Ridgway beschreef de soort in 1887 als Oidemia stejnegeri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melanitta werd in 1822 ingevoerd door Friedrich Boie, uit het Griekse melas, 'zwart', en netta, 'eend'. De soortnaam stejnegeri eert de Noors-Amerikaanse natuuronderzoeker Leonhard Stejneger (1851–1943), die in de jaren 1880 voor de Smithsonian Institution onderzoek deed op de Kommandeurseilanden, in hetzelfde grensgebied tussen Siberië en Alaska waar deze zee-eend voorkomt. Als typelocatie noemde Ridgway het gebied van Kamtsjatka tot Japan.



