Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Vijfstrepengors
Vijfstrepengors | Amphispizopsis quinquestriata
Five-striped Sparrow | Gorrión cincorrayas
De vijfstrepengors is een gors van dicht doornstruweel op droge hellingen in Noordwest-Mexico, die in de Verenigde Staten alleen enkele canyons in Zuid-Arizona bereikt. Het verenkleed is contrastrijk: een donkergrijze kop met witte strepen, een kastanjebruine rug en een zwarte vlek midden op de witte borst. De vijf strepen van de naam lopen over keel en kin.
Geluid
Het mannetje zingt vanaf een uitstekende twijg of rotsblok, ook midden op de dag en tot diep in de zomer, wanneer de meeste andere gorzen zwijgen. De zang bestaat uit korte, van elkaar verschillende strofen die elk een paar keer worden herhaald voordat de volgende volgt, ingeleid door een of twee heldere tikjes en dan een rollend of gonzend slot. De roep is een dun, hoog sie en een scherp tsjip.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een forse gors met een zware snavel en een lange, afgeronde staart. Kop en borst zijn donker leigrijs, met een witte wenkbrauwstreep, een witte baardstreep en een witte keel die door zwarte strepen wordt begrensd — samen de vijf strepen op de kopzijde. De rug en de vleugels zijn warm kastanjebruin en ongestreept; het midden van de borst en de buik zijn wit, met daarin één zwarte vlek. Mannetje en vrouwtje zien er hetzelfde uit; jonge vogels missen de zwarte borstvlek en hebben een vagere kopstreping.
Verwarringssoorten
De zwartkeelgors deelt de grijze kop met witte strepen maar heeft een grote, doorlopende zwarte keelvlek in plaats van een witte keel met zwarte randen, een grijze in plaats van kastanjebruine rug en witte hoeken in de staart. De vijfstrepengors is bovendien donkerder van onderen en houdt zich in dichter, hoger struweel op, terwijl de zwartkeelgors in opener woestijnstruweel zit. De roodrugmus heeft een witte keel maar een gestreepte kruin en geen zwarte borstvlek.
Leefgebied
Steile, rotsige canyonwanden en droge hellingen met dicht doornstruweel van een tot twee meter hoog, tussen bosjes gras, agaven en verspreide eiken; in Arizona meestal tussen 900 en 1400 meter, langs of vlak bij een canyonbodem met loofhout. In Mexico ook in tropisch loofbos en op begroeide hellingen aan de rand daarvan. Hij foerageert op de grond en in lage struiken en houdt zich buiten de zangtijd verborgen in de dichte laag.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het zwaartepunt van het areaal ligt in Noordwest-Mexico, van Oost-Sonora en Zuidwest-Chihuahua zuidwaarts door Sinaloa en West-Durango tot Nayarit, Zacatecas en Jalisco. In de Verenigde Staten is de soort pas in 1957 vastgesteld en broedt ze sinds 1974 geregeld, in een handvol canyons van Santa Cruz en Pima County in Zuid-Arizona, onder meer California Gulch, Sycamore Canyon en Warsaw Canyon. Om die Arizonese vogels gaat het om tientallen paren; een deel verlaat de canyons in de winter, terwijl de Mexicaanse populatie standvogel is.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in Arizona van eind juni tot in augustus, tijdens de moesson: dat is de periode waarin de mannetjes het meest zingen en ook 's middags in de hitte doorgaan, terwijl de vogel zonder zang bijna niet uit het struweel te krijgen is. Blijf op het pad en scan de toppen van de doornstruiken op een zittende, zingende vogel; de weg naar California Gulch vraagt een hoog voertuig.
Staat van instandhouding
Partners in Flight schat de wereldpopulatie op ongeveer 200.000 broedvogels en geeft de soort een score van 15 van de 20 op de continentale zorgschaal; ze staat op de gele waarnemingslijst en de aantallen nemen af. Het Amerikaanse deel van het areaal is zo klein dat het voor de soort als geheel weinig gewicht heeft, maar die canyons zijn gevoelig voor begrazing, brand in de droge maanden en verstoring door verkeer langs de grens. In Mexico is de omzetting van tropisch loofbos en struweel naar weiland de belangrijkste verandering.
Wetenschappelijke naam
Amphispizopsis quinquestriata | (Sclater; Salvin, 1868)
Sclater en Salvin beschreven de soort in 1868 als Zonotrichia quinquestriata, waarschijnlijk naar een vogel uit Bolaños in Jalisco; door de latere verplaatsing staan auteurs en jaartal tussen haakjes. Ze is daarna via Aimophila en Amphispiza in 2021 in het nieuwe geslacht Amphispizopsis geplaatst, een naam die 'lijkend op Amphispiza' betekent, met het Griekse opsis 'aanblik'. De soortnaam quinquestriata is Latijn voor 'vijfgestreept', naar de strepen op kin en keel, en dat is ook wat de Nederlandse, Engelse en Spaanse naam zeggen.




