Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Viskraai
Viskraai | Corvus ossifragus
Fish Crow | Cuervo pescador
De viskraai is de kleinere zwarte kraai van het oosten van de Verenigde Staten, gebonden aan water: kustmoerassen, estuaria en de grote rivierdalen. Van de Amerikaanse kraai is hij vrijwel alleen aan de roep te onderscheiden — een hoge, nasale uh-uh in plaats van een helder kaa.
Geluid
Dit is het enige betrouwbare kenmerk in het veld. De gewone roep is een nasaal, kort ka of kwok, meestal gevolgd door een tweede, lager en afgeknepen: samen klinkt het als een ontkennend uh-uh. De toon is hoger en veel nasaler dan bij de Amerikaanse kraai, die een helder, open en langer kaa geeft. Bij het roepen zet de vogel de keelveren op. Let op: jonge Amerikaanse kraaien bedelen met een nasale roep die op een viskraai lijkt, vooral in de nazomer; een enkele nasale roep is dan geen bewijs. Daarnaast klinkt een bedelend waw-waw en een uitgerekt kaahrr.
Opname: steve — CC BY-SA 4.0 · Chapel Hill, Orange County, North Carolina, United States · xeno-canto
Herkenning
Geheel zwart, met een blauwe tot blauwgroene glans op de bovendelen en een groenige weerschijn op de onderdelen. De vogel is kleiner en slanker dan de Amerikaanse kraai, met een dunnere snavel en dunnere poten, een iets langere staart naar verhouding en smallere vleugels. In de vlucht is de slag sneller en zweeft hij vaker; de staart is aan het eind meer afgerond. Bij een enkele vogel zonder vergelijkingsmateriaal zijn al deze kenmerken onbruikbaar, en veel waarnemers laten stille kraaien in het overlapgebied ongedetermineerd.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse kraai is het probleem, en visuele determinatie is er vaak naast. Het verschil zit in de stem: nasaal en tweelettergrepig tegenover helder en open. Zie je twee vogels naast elkaar, dan is de viskraai ongeveer een vijfde kleiner, met een duidelijk fijnere snavel zonder de zware, licht gebogen bovensnavel van de Amerikaanse kraai, en met kortere ogende poten tijdens het lopen. De raaf is veel groter, heeft een wigvormige staart, een zware snavel en een lage, rollende roep. In het zuidwesten van het areaal grenst het gebied aan dat van de Tamaulipaskraai, die kleiner is en een kwakend geluid geeft.
Leefgebied
Vrijwel altijd binnen bereik van water: kwelders, stranden, estuaria en lagunes langs de kust, en landinwaarts de oevers van grote rivieren, meren en moerasbossen. Hij broedt in losse kolonies, in een platte takkenkorf in een boom, van anderhalf tot meer dan twintig meter hoog. Hij foerageert lopend langs de waterlijn op krabben, garnalen, kleine vis, eieren en jongen van andere vogels, insecten en vruchten, en pakt daarnaast graan, pinda's en afval mee in havens, op parkeerterreinen en bij vuilstorten. Schelpdieren laat hij soms van hoogte op een harde ondergrond vallen. Buiten het broedseizoen slaapt hij in grote gemeenschappelijke slaapplaatsen, vaak samen met Amerikaanse kraaien.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Van het zuiden van New England langs de Atlantische kustvlakte tot de Florida Keys en verder langs de noordkust van de Golf van Mexico tot Oost-Texas. Sinds het begin van de twintigste eeuw is de soort landinwaarts opgeschoven langs de grote rivieren: de Mississippi tot in Missouri en Illinois, de Ohio en de Kanawha, de Arkansas, de Tennessee en de Hudson. In het noorden en in het binnenland gaat het om broedvogels die in de winter deels wegtrekken naar het zuiden; langs de kust blijft de soort het hele jaar. Recent zijn er vestigingen aan het Ontariomeer in Canada en op de Bahama's vastgesteld.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Bezoek in maart en april een brug, haven of visstek langs de Atlantische kust of de Golfkust en wacht tot een kraai roept; in die maanden is de soort het luidruchtigst en zijn de jonge Amerikaanse kraaien nog niet aan het bedelen. Loop bij een groep kraaien langs het water niet op het uiterlijk af maar op de stem, en laat een zwijgende vogel ongedetermineerd.
Staat van instandhouding
De IUCN rekent de soort tot de categorie niet bedreigd. Het areaal is de afgelopen eeuw landinwaarts en noordwaarts uitgebreid, waarbij de soort profiteert van bruggen, stuwmeren, visverwerking en afval in de kuststeden. Zoals andere kraaiachtigen is ze vatbaar voor het West Nile-virus, dat na 2002 lokaal sterfte veroorzaakte. Omdat viskraai en Amerikaanse kraai in tellingen niet altijd uit elkaar worden gehouden, zijn de trendcijfers voor beide soorten in het overlapgebied minder scherp.
Wetenschappelijke naam
Corvus ossifragus | Wilson, 1812
Alexander Wilson beschreef de soort in 1812 als Corvus ossifragus, naar een exemplaar van Great Egg Harbor in New Jersey; omdat ze nog altijd in het oorspronkelijke geslacht staat, gaan auteur en jaartal zonder haakjes. Corvus is het Latijnse woord voor raaf of kraai. De soortnaam ossifragus betekent 'beenbreker', van os 'bot' en frangere 'breken'; het is een klassieke naam voor een grote roofvogel, die hier niet op het gedrag van de vogel slaat. De Nederlandse en Engelse naam verwijzen naar het foerageren langs het water.





