Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Amerikaans Waterhoen
Amerikaans Waterhoen | Gallinula galeata
Common Gallinule | Gallineta Americana
Het Amerikaans waterhoen is de leigrijze moerasvogel met de vuurrode snavel en het rode voorhoofdschild, die als een eend zwemt maar geen zwemvliezen heeft. Een gebroken witte streep langs de flank en een in tweeën gedeelde witte onderstaart verraden hem ook als de kleur van de snavel wegvalt. Sinds 2011 wordt hij als eigen soort onderscheiden van het waterhoen van Europa en Azië.
Geluid
Uit dicht riet komt een luid, lachend geroep dat hoog begint en al kakelend zakt: kèk-kèk-kek-kek-kek, steeds trager en lager. Daarnaast klinken losse, harde kek- en kruk-tonen, een nasaal geblaf en een kort schrapend geluid dat op scheurend papier lijkt. Man en vrouw roepen allebei, het hele jaar door, en het meest in de schemering en de eerste uren van de nacht. Donsjongen bedelen met een fijn, hoog gepiep vlak naast de ouder.
Opname: Emily Ritter — CC0 · Stockton (near Stevens Point), Portage County, Wisconsin, United States · xeno-canto
Herkenning
Een middelgrote moerasvogel, leigrijs op kop, hals en onderdelen en olijfbruin op rug en vleugels, met een rood voorhoofdschild en een rode snavel met gele punt. Over de flank loopt een gebroken witte streep, gevormd door de witte randen van de flankveren; onder de staart zitten twee witte vlakken met een zwarte streep ertussen. De poten zijn geelgroen met een rode ring boven het loopbeen, en de tenen zijn lang en ongelobd. Man en vrouw zien er hetzelfde uit; het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner. Jonge vogels zijn dofbruin met een grijze buik en een groenige snavel zonder rood, maar de witte flankstreep hebben ze al. Zwemmend knikt hij bij elke slag met de kop en houdt hij de staart omhoog; hij vliegt op met bungelende poten en fladderende slagen, laag over het riet.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse meerkoet zwemt op hetzelfde water maar is ronder en egaal donkergrijs, met een witte snavel, een wit schild en brede lobben langs de tenen; de witte flankstreep ontbreekt. Het Amerikaans purperhoen (Porphyrio martinica) heeft dezelfde rode snavel met gele punt, maar daarboven een lichtblauw schild, en verder paarsblauwe onderdelen en lange gele poten. De purperkoet van Zuid-Florida is veel groter en zwaarder, met een grijsblauwe kop, roodoranje poten en zonder witte flankstreep. Jonge waterhoenen worden verward met de soraral, die korter en ronder is, een gele kegelsnavel heeft en onder de staart een egaal wit vlak zonder zwarte middenstreep.
Leefgebied
Ondiepe zoete en brakke moerassen met lisdodde, riet of biezen en daartussen open water; ook sloten, kanalen, rijstvelden, visvijvers, waterbergingen en de begroeide oevers van meren. Hij heeft twee dingen tegelijk nodig: drijvende en opstaande planten om overheen te lopen en in te nestelen, en open water of kale modder om te foerageren. Diep water zonder planten en snelstromende rivieren gebruikt hij niet, en op open zoutwater komt hij niet. In het zuiden van het areaal broedt hij tot midden in steden, in elke greppel met genoeg dekking.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het hele jaar aanwezig langs de Golfkust en de zuidelijke Atlantische kust, in Florida, in Californië en Arizona, en verder door Mexico, Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied; ten zuiden van dit kaartvenster loopt het areaal door tot in Chili en Argentinië. In het oosten van de Verenigde Staten broedt hij noordwaarts tot de Grote Meren, New England en het zuiden van Ontario en Quebec; die vogels trekken zuidwaarts zodra hun water dichtvriest. De noordgrens is in de twintigste eeuw opgeschoven: in Pennsylvania broedde hij voor het eerst in 1904, en inmiddels reikt het broedgebied tot de Canadese Maritieme provincies. Op Kauai en Oahu leeft een eigen ondersoort die het hele jaar blijft en in de Verenigde Staten als bedreigd te boek staat.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem vroeg in de ochtend langs de rietrand van een vijver of een kanaal, waar hij met knikkende kop uit de dekking komt zwemmen en bij het minste onraad weer terugkruipt. Het geluid is vaak het eerste teken: één lachende reeks uit het riet is genoeg om te weten dat hij er zit. Let bij elke grijze zwemvogel op de flank — de witte streep is op grote afstand nog te zien, ook als de kleur van de snavel niet meer uitkomt.
Staat van instandhouding
De Noord-Amerikaanse populatie wordt op ongeveer vijf miljoen vogels geschat en de soort geldt als niet bedreigd. Het verlies van ondiepe zoetwatermoerassen door drainage en oeverbebouwing is de grootste druk; daartegenover staat de aanleg van rijstvelden, visvijvers en waterbergingen, die hem nieuwe plaatsen opleveren. In een aantal staten is hij een jachtsoort, al wordt er weinig op geschoten. De ondersoort van Hawaï is klein in aantal en federaal beschermd.
Wetenschappelijke naam
Gallinula galeata | (Lichtenstein, 1818)
Lichtenstein beschreef de soort in 1818 als Crex galeata, in zijn lijst van opgezette zoogdieren en vogels van het Berlijnse museum; omdat ze later naar een ander geslacht is overgebracht, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Gallinula is Latijn voor 'hoentje', een verkleinwoord van gallina, 'hen'. galeata betekent 'gehelmd', van galea ('helm'), naar het schild op het voorhoofd. De typelocatie is opgegeven als Brazilië, mogelijk Paraguay, naar een beschrijving van Azara. Tot 2011 werden de Amerikaanse vogels bij het Euraziatische Gallinula chloropus gerekend; sindsdien worden ze als eigen soort geteld.




