Alle soortenGenten en aalscholversGenten › Blauwvoetgent

Blauwvoetgent | Sula nebouxii

Blue-footed Booby | Piquero Patiazul

De blauwvoetgent dankt zijn naam aan de opvallend blauwe poten die het mannetje tijdens de balts hoog opgetild aan zijn partner toont. Hij broedt in duizendtallen op de kale eilanden van de Golf van Californië, en is binnen de Verenigde Staten en Canada niets meer dan een grote zeldzaamheid.

Blauwvoetgent (Sula nebouxii)
Foto: SantiagoGG — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Ook bij deze soort verschilt de stem sterk tussen de seksen: het mannetje laat een dun, fluitend geluid horen, het vrouwtje een luid, blaffend gekwaak. Tijdens de baltsdans, waarbij beide partners om de beurt de blauwe poten optillen en de snavel omhoog wijzen, wisselen ze deze geluiden voortdurend af. Op zee, ver van de kolonie, is de soort vrijwel stil.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Kop en hals zijn lichtbruin met fijne, donkere strepen, de bovendelen donkerbruin met een lichte, schuine band, en de stuit en onderdelen zuiver wit — een patroon dat op het eerste gezicht op de bruine gent lijkt. Het onmiskenbare kenmerk zijn de poten: van een dof grijsblauw bij jonge vogels tot een fel, poederig turkoois bij goed gevoede volwassenen. Het vrouwtje is iets groter dan het mannetje en heeft een grotere, donkere oogring rond een kleiner ogende iris, een subtiel maar bruikbaar verschil tussen de seksen. Jonge vogels zijn egaal grijsbruin met grijze in plaats van blauwe poten, die pas geleidelijk hun kleur krijgen. In de vlucht toont de soort lange, spitse vleugels en een relatief lange, spitse staart.

Verwarrings­soorten

De bruine gent (Sula leucogaster) heeft vrijwel hetzelfde bruin-witte lichaam, maar geelachtige in plaats van blauwe poten en een scherpere grens tussen de bruine borst en de witte buik. Bij een overlap in de Golf van Californië met de cocosgent (Sula brewsteri) geldt hetzelfde: die heeft eveneens grijsgele poten, nooit blauw. Jonge blauwvoetgenten, met hun nog grijze poten, zijn het lastigst te onderscheiden van jonge bruine gentachtigen en worden dan vooral op het strepenpatroon van de kop herkend.

Leefgebied

Broedkolonies liggen op kale, rotsachtige of licht begroeide eilanden in droge, subtropische wateren, waar de vogels met weinig schaduw en weinig zoetwater toe kunnen. Buiten het broeden jaagt hij binnen enkele tientallen kilometers van de kust, dichter bij land dan de meeste andere gentachtigen, en is hij een vertrouwd gezicht op pieren en boten. Ver open oceaanwater gebruikt hij minder dan bijvoorbeeld de nazcagent of de maskergent.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het kerngebied ligt in de Golf van Californië, met grote kolonies op onder meer Isla Isabel (Nayarit), San Pedro Mártir (Sonora) en Los Islotes bij La Paz (Baja California Sur), en zet zich zuidwaarts voort langs de Grote Oceaankust tot in Peru en de Galápagoseilanden, buiten dit venster. Incidenteel bereikt hij Zuid-Californië en de Salton Sea, met in 2013 een opvallende golf van tientallen vogels die tot in Arizona en Texas werd gezien. Zulke uitschieters komen voort uit jaren met veel jonge vogels en weinig voedsel dichter bij de kolonies, niet uit een structurele areaaluitbreiding.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Boottochten bij La Paz naar Los Islotes, waar de kolonie vlak bij het water ligt, geven de betrouwbaarste blik op de baltsdans binnen dit gebied. Zoek in Zuid-Californië na een warme, visarme zomer bij de Salton Sea of langs de kust naar een dwalende vogel, maar reken er niet op.

Staat van instandhouding

Wereldwijd geldt de soort als niet bedreigd, met de grootste, stabiele kolonies in de Golf van Californië. Op de Galápagoseilanden, buiten dit gebied, hebben sterke El Niño-jaren de broedsuccessen herhaaldelijk sterk doen dalen doordat de sardines waarop de vogels jagen dan wegblijven. Binnen de Verenigde Staten en Canada blijft hij een grote zeldzaamheid zonder gevestigde populatie.

Wetenschappelijke naam

Sula nebouxii | Milne-Edwards, 1882

Milne-Edwards beschreef de soort in 1882 als Sula Nebouxii; ze bleef in hetzelfde geslacht, dus staan auteur en jaartal niet tussen haakjes, en de hoofdletter in het oorspronkelijke epitheton is alleen een verouderde schrijfwijze. Het epitheton nebouxii eert Adolphe-Simon Neboux, een Franse marinearts en natuuronderzoeker die in de jaren 1830 op expeditie voer langs de Grote Oceaankust van Amerika. De typelocatie wordt aangeduid als de Pacifische kust van Amerika, met Chili als vermoedelijke herkomst van het typemateriaal.