Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Boninstormvogel
Boninstormvogel | Pterodroma hypoleuca
Bonin Petrel | Petrel de las Bonin
De boninstormvogel is een van de weinige stormvogels uit het geslacht Pterodroma die binnen dit kaartvenster daadwerkelijk broedt: in de noordwestelijke Hawaii-eilanden graaft hij zijn hol in duizendtallen tegelijk, zodat sommige eilanden 's nachts een aaneengesloten tapijt van roepende vogels worden. Overdag, op zee, is er van die drukte niets te merken: dan is het een stil, grijs-wit buisneusje dat alleen wordt gezien, ver van elk land.
Geluid
Bij het hol klinkt een reeks nachtelijke geluiden: een grommende, laagfrequente tsjrrr waarmee een vogel zijn partner begroet of zijn hol verdedigt, een schor koekoeer en een hoog, snel tititi. Tijdens de balts jagen paren elkaar roepend achterna boven de kolonie, in het pikkedonker, want de soort bezoekt het land vrijwel nooit bij daglicht. Op open zee, ver van de broedeilanden, is de boninstormvogel stil.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Boven is de boninstormvogel lichtgrijs, met een donkere 'M'-tekening die over de vleugels en de stuit loopt — een patroon dat bij veel stormvogels van dit geslacht terugkeert. De kop is wit met een scherp afgetekende zwarte kap en gezichtsmarkeringen, en op de borst zit een donkere halve band die als een gedeeltelijke kraag oogt. De ondervleugel is wit met een donkere rand en een donkere vlek bij de vleugelknik, de staart is grijs, en de poten zijn roze met donkere vlekken. Mannetje, vrouwtje en jong verschillen niet zichtbaar van elkaar. In de vlucht wisselt de soort snelle vleugelslagen af met lange glijfases, met karakteristieke hoge zwenkingen boven de golven.
Verwarringssoorten
De zwartvleugelstormvogel (Pterodroma nigripennis), van vergelijkbare grootte en eveneens veel gezien rond Hawaii, heeft een vage grijze kap in plaats van een scherp zwarte, mist de donkere borstband en heeft zwarte in plaats van roze poten. Het tristrams-stormvogeltje, dat op dezelfde eilanden broedt, is veel kleiner en geheel donker, zonder enig wit. Bulwers stormvogel is eveneens overwegend donker, met een opvallend lange, spitse staart die de boninstormvogel volledig mist. Op afstand is vooral de combinatie van het witte hoofd met zwarte kap en de duidelijke 'M'-tekening op de rug het meest betrouwbare kenmerk.
Leefgebied
Voor het broeden zoekt de boninstormvogel lage, met gras begroeide of kale zandvlaktes en koraalpuin op afgelegen eilanden, waar hij een tunnel van soms meer dan een meter graaft. Op zee is hij een vogel van open, subtropisch tot tropisch water, ver van de kust, waar hij 's nachts inktvis en kleine vis van het oppervlak pakt. Bewoonde eilanden en het vasteland mijdt hij vrijwel volledig; zelfs binnen de Hawaii-archipel broedt hij vrijwel uitsluitend op de onbewoonde eilanden in het noordwesten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De boninstormvogel broedt in de noordwestelijke Hawaii-eilanden — van French Frigate Shoals tot Kure-atol, met de grootste kolonies op Lisianski en Laysan — en daarnaast op de Vulkaan- en Boninlanden ten zuiden van Japan, waaraan de Nederlandse naam is ontleend. Na het broedseizoen trekken de vogels in juli en augustus noordwaarts naar de wateren voor Honshu en Sanriku in Japan, om in september weer terug te keren naar de kolonies. Op de hoofdeilanden van Hawaii was de soort vóór de komst van de Polynesiërs een broedvogel, maar daar is hij door jacht en geïntroduceerde roofdieren verdwenen; alleen de onbewoonde eilanden in het noordwesten herbergen nog broedkolonies.
- Broedvogel (zomer)
Waar en wanneer kijken
Binnen dit gebied is de boninstormvogel vrijwel niet vanaf het vasteland te zien; de enige praktische kans is een bezoek aan Midway-atol, een van de weinige noordwestelijke Hawaii-eilanden die af en toe voor bezoekers open is, waar de vogels na zonsondergang uit de grond opduiken en de lucht vullen met hun roep. Overdag is er op het eiland zelf weinig te zien, want de vogels zitten dan diep in hun hol.
Staat van instandhouding
Met tussen de 270.000 en 395.000 broedparen geldt de boninstormvogel niet als bedreigd, maar de aantallen op de afzonderlijke eilanden hebben grote klappen gehad: op Midway-atol stortte de kolonie door geïntroduceerde ratten in van naar schatting 250.000 naar nog maar 5.000 paar, voordat de ratten daar werden uitgeroeid en het herstel begon. Verwilderde konijnen vraten elders de begroeiing weg die de holen tegen erosie beschermt, en kunstlicht bij gebouwen en zendmasten laat 's nachts vliegende vogels verdwaasd tegen obstakels vliegen.
Wetenschappelijke naam
Pterodroma hypoleuca | (Salvin, 1888)
De Britse ornitholoog Osbert Salvin beschreef de soort in 1888 als Oestrelata hypoleuca; omdat ze sindsdien in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte, uit het Grieks voor 'vleugel' en 'loper', naar de snelle, wiekende vlucht van deze groep. hypoleuca is Grieks voor 'van onderen wit', naar de witte onderdelen. De typelocatie die Salvin opgaf, de 'Krusenstern-eilanden', bestaat niet: de verzamelaar gebruikte die naam in plaats van de werkelijke vindplaats, een van de eilanden in de westelijke Hawaii-keten.

