Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Californische Ral
Californische Ral | Rallus obsoletus
Ridgway's Rail | Rascón de Ridgway
De Californische ral is de grote ral van de zoutmoerassen aan de Grote Oceaan: kaneelkleurig op hals en borst, met een lange, licht neerwaarts gebogen snavel en een korte, opgewipte staart. Hij vliegt zelden en loopt liever door de dichte kwelder, waar hij van ver te horen is maar zelden te zien. Sinds 2014 telt hij als een eigen soort, los van de klapperral van de oostkust.
Geluid
De baltsroep van het mannetje is een reeks harde, klapperende kek-tonen die eerst versnelt en dan weer trager wordt, soms tientallen keren achter elkaar. Paren roepen samen in een grommend duet, en het vrouwtje voegt daar een aflopend kek-burr aan toe. Het meeste geluid komt in het voorjaar bij het eerste licht en in het laatste uur van de dag, en vaak ook rond hoogwater. Eén roepende vogel zet meestal de buren aan, zodat het geluid als een golf door het moeras trekt.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een grote, hoogpotige ral met een kleine kop, een lange, iets neerwaarts gebogen snavel en een korte staart die vaak omhoog wordt gehouden. Hals en borst zijn warm kaneelkleurig, de flanken zwart-wit gebandeerd, de rug een mengsel van zwart en grijsbruin; de wangen zijn grijs en onder de staart zit een witte vlek. De snavel is oranje aan de basis en donker naar de punt, de poten zijn oranjebruin. Man en vrouw zien er gelijk uit; het mannetje is iets groter en zwaarder van snavel. Jonge vogels zijn donkerder en grijzer met minder kaneel op de borst, en donsjongen zijn geheel zwart. Van voren is de vogel smal genoeg om zich tussen de stengels door te persen, van opzij lijkt hij vol; in vlucht hangen de poten en gaat het maar over korte afstand.
Verwarringssoorten
De klapperral lijkt bijna volledig op hem, maar leeft aan de Atlantische kust en de Golfkust en komt in het westen niet voor; tot 2014 werden beide als één soort geteld. De koningsral (Rallus elegans) is groter, roestrood op de borst en een vogel van zoet water in het oosten. In het westen is de enige echte verwarring de virginiaral, die met twintig tot zevenentwintig centimeter nauwelijks half zo lang is en een dunne rode snavel heeft. De soraral is nog kleiner, met een korte gele snavel en een zwart gezicht.
Leefgebied
Getijdenkwelders met slijkgras en zeekraal zijn zijn kerngebied: dichte begroeiing om in te schuilen en te nestelen, met slikkige kreken ernaast om in te foerageren. Langs de kust van Mexico gaat hij ook de mangrove in, en langs de benedenloop van de Colorado leeft hij in zoetwatermoeras met lisdodde en biezen. Hij heeft het dagelijkse getij nodig; bij hoogwater trekt hij zich terug in de hoogste vegetatie of op aangespoeld drijfvuil. Open water zonder dekking en verdroogde, dichtgegroeide kwelder leveren hem niets.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel, het hele jaar in hetzelfde moeras; hij trekt niet en verplaatst zich zelden meer dan enkele kilometers. Het areaal loopt van de baai van San Francisco langs de Zuid-Californische lagunes tot in Neder-Californië, met een tweede kern langs de benedenloop van de Colorado in Californië, Arizona en het zuiden van Nevada, en verder langs de kust van Sonora, Sinaloa en Nayarit. Tot 2014 werd hij bij de klapperral gerekend; sindsdien staan de westelijke vogels als aparte soort te boek, samen met de mangroveral van de tropen als derde. In de baai van San Francisco is ruim negentig procent van het oorspronkelijke getijdenmoeras verdwenen, en daarmee kromp zijn areaal tot een reeks losse stukken.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in maart of april bij zonsopgang naar een vlonderpad door een kwelder en wacht op het klapperende duet; in die weken roept hij het meest. Een springtij helpt: bij extreem hoog water wordt de vogel uit de vegetatie geduwd, loopt hij langs de rand of zwemt hij een stuk open water over. Let dan op de witte vlek onder de staart, die bij elke stap oplicht.
Staat van instandhouding
De soort staat als gevoelig (NT) op de Rode Lijst en gaat achteruit door verlies en versnippering van getijdenmoeras. De vogels van de baai van San Francisco tellen ongeveer elfhonderd exemplaren; de vormen van Zuid-Californië en van de Colorado staan in de Verenigde Staten als bedreigd te boek. Uitheemse slijkgrassen, ingevoerde rode vossen en ratten, en een stijgende zeespiegel die de kwelder tegen dijken en wegen aandrukt zijn de zwaarste bedreigingen.
Wetenschappelijke naam
Rallus obsoletus | Ridgway, 1874
Robert Ridgway beschreef de vogel in 1874 als Rallus elegans var. obsoletus, dus als een variëteit van de koningsral; omdat de naam binnen Rallus is gebleven, staan auteur en jaartal zonder haakjes. obsoletus is Latijn voor 'versleten' of 'verbleekt', naar het doffe verenkleed van de vogels uit de baai. De beschrijving verscheen in The American Naturalist 8, bladzijde 111, met San Francisco in Californië als typelocatie. De Engelse naam Ridgway's Rail eert dezelfde ornitholoog.




