Alle soortenPapegaaiachtigenPapegaaien › Guayaquilaratinga

Guayaquilaratinga | Psittacara erythrogenys

Red-masked Parakeet | Aratinga de Guayaquil

De guayaquilaratinga is een forse groene parkiet met een vrijwel geheel rode kop en een rode nek, waarvan bijna de helft van de lengte uit de staart bestaat. Van huis uit een vogel van het zuidwesten van Ecuador en het noordwesten van Peru, is hij ingeburgerd in een reeks steden in Californië, als nakomeling van ontsnapte en losgelaten kooivogels.

Guayaquilaratinga (Psittacara erythrogenys)
Foto: bewerking: Snowmanradio (talk), Dawn Endico — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hard, tweelettergrepig geschreeuw, schor en ver dragend, dat vooral in de vlucht wordt geuit. Zittend in een boom is de soort veel stiller, met alleen kortere, zachtere roepjes tussen het voeren door.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Overwegend groen, met een vrijwel geheel rode kop die van voorhoofd tot in de nek doorloopt — bij deze soort dus niet beperkt tot een masker rond het oog. Onder de vleugel, op de nek en op de dijen zit eveneens rood, en aan de voorrand van de vleugel. De lichte, langgerekte oogring valt op tegen het rood. Jonge vogels zijn tot ongeveer vier maanden nog geheel groen.

Verwarrings­soorten

De roodmaskeraratinga (Psittacara mitratus), die eveneens in Californië voorkomt, heeft een groene in plaats van rode nek en een wisselende, vaak veel kleinere hoeveelheid rood rond het oog. De nandayparkiet heeft een zwart gezichtsmasker en een zwarte snavel, geen rood. Jonge, nog geheel groene vogels van deze soort zijn van andere groene parkieten alleen te onderscheiden aan de opvallende lichte oogring en de lange staart.

Leefgebied

Oorspronkelijk jungle en loofverliezend bos, met een aanpassing aan halfwoestijn en buitenwijken beneden de 1500 meter. In dit gebied vooral steden in Californië met hoge bomen en palmen voor vrucht en bloesem.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Zijn oorspronkelijke gebied ligt in het zuidwesten van Ecuador en het noordwesten van Peru; dat valt buiten deze kaart. In Noord-Amerika is hij ingeburgerd uit ontsnapte kooivogels, met broedende groepen in onder meer San Francisco, San Diego County, Los Angeles, de San Gabriel Valley, Sunnyvale, Orange County, Palo Alto en Long Beach; kleinere groepen zijn ook op Hawaï gemeld. Trekken doet hij niet: de vogels blijven het hele jaar in dezelfde streek.

  • Jaarrond
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kijk naar de nek: bij deze soort loopt het rood van de kop door tot in de nek, terwijl de verwante roodmaskeraratinga daar groen blijft. De lange, lichte oogring is ook bij jonge, nog groene vogels al te zien.

Staat van instandhouding

De soort staat wereldwijd te boek als gevoelig: de populatie neemt af door de handel in kooivogels en het verlies en de versnippering van leefgebied in Ecuador en Peru. De ingeburgerde populaties in Californië vallen buiten die beoordeling en groeien daar.

Wetenschappelijke naam

Psittacara erythrogenys | Lesson, 1844

Lesson beschreef de soort in 1844; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Psittacara werd in 1825 ingevoerd door Vigors, als verkleinwoord van het Latijnse psittacus, 'papegaai'. erythrogenys is Grieks voor 'met rode wangen', naar de kleur van de kop.