Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Maskertroepiaal
Maskertroepiaal | Icterus cucullatus
Hooded Oriole | Turpial enmascarado
De maskertroepiaal is de slanke, langstaartige troepiaal van het zuidwesten van de Verenigde Staten en Noord-Mexico, met een zwart masker rond snavel en keel en een gele tot oranje kap. Hij hangt zijn nest onder een palmblad en heeft zich met de aanplant van sierpalmen noordwaarts uitgebreid tot in de kuststreken van Californië.
Geluid
De zang is kort en abrupt: een haastige, wat nasale en jengelende reeks van fluittonen, ratels en piepjes die niet tot een vast patroon uitgroeit. Vogels uit Arizona vlechten er nabootsingen van buurvogels in, onder meer van de gilaspecht. De roep is een scherp, opwaarts wiek of tsjiek, vaak herhaald vanuit dekking, en bij onrust een droge ratel. Zang en roep zijn in stedelijke tuinen vaak het eerste teken dat de soort er zit, omdat de vogel zich in de kroon van de palm ophoudt.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Slank en langgerekt, met een lange, afgeronde staart, een lange hals en een duidelijk gebogen, spitse snavel. Het mannetje heeft een zwarte keel en teugels die als een masker rond de snavelbasis doorlopen, zwarte vleugels met twee witte strepen, een zwarte staart, en verder een gele tot vuuroranje kap, stuit en buik; vogels uit het zuidwesten en Noordwest-Mexico zijn geler, die uit Zuid-Texas en Oost-Mexico oranjer. Het vrouwtje is olijfgeel met een grijzere rug en dunne witte vleugelstrepen, zonder zwart. Jonge mannetjes lijken op het vrouwtje maar krijgen al een zwarte keelvlek. Hij foerageert behendig en hangt daarbij vaak ondersteboven; aan bloemen prikt hij het nectar door de bloembasis heen.
Verwarringssoorten
De bullocks troepiaal heeft een zwarte kruin en een zwarte oogstreep op een oranje gezicht in plaats van een aaneengesloten masker, een rechtere snavel, een kortere staart en een groot wit vleugelvlak. De vlekrugtroepiaal is forser, heeft zwarte lengtestrepen op mantel en rug en een dieper oranje kop, waar de maskertroepiaal een effen gele tot oranje rug houdt. De scotts troepiaal is zwart op kop, borst én rug en citroengeel op buik en stuit. De altatroepiaal van Zuid-Texas is groter, met een zware snavel en een oranje schoudervlek in plaats van een witte vleugelstreep. Vrouwtjes zijn het lastigst: die van de maskertroepiaal is langer van staart en slanker dan de andere en heeft de gebogen snavel.
Leefgebied
Open, droog terrein met verspreide bomen: rivierbegeleidende stroken met populier, wilg en plataan, mesquiteboomland, palmoases in de woestijn en, in toenemende mate, tuinen, parken, campussen en straten met aangeplante waaierpalmen en eucalyptus. Het vrouwtje naait het hangnest met plantenvezels aan de onderkant van een palmblad of een bladschede vast, doorgaans op zes meter hoogte; ook platanen en eucalyptus worden gebruikt. Het nest is dieper dan dat van verwante troepialen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Californië, Zuid-Nevada, Arizona, Zuidwest-New Mexico en West- en Zuid-Texas, en van Noord-Mexico. In het grootste deel van het Amerikaanse areaal is hij zomervogel die tussen maart en september aanwezig is en in Mexico overwintert; langs de Californische kust blijven tegenwoordig kleine aantallen de winter over bij voederplaatsen en bloeiende tuinplanten. In Mexico is hij grotendeels standvogel, van Baja California Sur en Sonora langs beide kusten zuidwaarts tot Oaxaca en Veracruz, met een geïsoleerde populatie tot in Belize. De uitbreiding naar het noorden in Californië volgde de aanplant van sierpalmen in woonwijken.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek van april tot juli in een straat of park met waaierpalmen en kijk naar de onderkant van de bladeren: een gerafeld gat of een grasachtig mandje verraadt het nest. Let op het silhouet — de lange staart en de gebogen snavel zijn ook bij tegenlicht bruikbaar, terwijl de kleur van geel tot oranje per regio verschilt. Een suikerwatervoederbuis in een tuin met palmen trekt hem geregeld.
Staat van instandhouding
De aantallen zijn sinds 1966 stabiel tot licht toenemend en de wereldpopulatie wordt op ongeveer 1,7 miljoen vogels geschat; de soort staat als niet bedreigd te boek. De aanplant van palmen in steden heeft het areaal in Californië vergroot. In Zuid-Texas ligt het knelpunt bij nestparasitisme: bruinkopkoevogel en glanskoevogel leggen daar zoveel eieren in de nesten dat het aantal uitgevlogen jongen sterk terugloopt, en de soort is uit delen van het lagere Rio Grande-dal verdwenen. Verlies van rivierbegeleidend bos speelt daarnaast mee.
Wetenschappelijke naam
Icterus cucullatus | Swainson, 1827
Swainson beschreef de soort in 1827 al in het geslacht Icterus, zodat auteur en jaartal zonder haakjes staan; het beschreven exemplaar kwam uit Temascaltepec in Mexico. Icterus komt van het Griekse ikteros, 'geelzucht' en tevens de naam van een gele vogel. De soortnaam cucullatus is Latijn voor 'met een kap', van cucullus 'kap' — naar de gele tot oranje kap die kruin, nek en borstzijden bedekt. De Nederlandse en de Spaanse naam wijzen op het zwarte masker, de Engelse net als de wetenschappelijke op de kap.






