Alle soortenHoenderachtigenFazantachtigen › Nepalfazant

Nepalfazant | Lophura leucomelanos

Kalij Pheasant | Faisán Kálij

De nepalfazant is een middelgrote fazant uit de bergbossen van de Himalaya, in 1962 als jachtvogel op het Big Island van Hawaï uitgezet. Vanuit één ranch in het binnenland breidde hij zich uit tot in de bosgebieden over vrijwel het hele eiland, waar hij inmiddels de talrijkste bosvogel van de lagere en middelhoge hellingen is. Elders in Noord-Amerika komt de soort niet voor.

Nepalfazant (Lophura leucomelanos)
Foto: Esha.haldar0310 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje laat een reeks harde, schrapende kakelgeluiden horen, vaak gevolgd door een kort, snorrend geroffel met de vleugels bij het territoriale display, meestal vanaf de grond in dicht struikgewas. Bij schrik klinkt een schel, aanhoudend gegak waarmee de hele groep tegelijk opvliegt. Het geluid draagt door de dichte ondergroei van het bos minder ver dan het gekraai van een fazant in open land, en wordt daarom vaker gehoord dan gezien.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Het mannetje is overwegend glanzend blauwzwart, met een witachtig, fijn gebandeerd onderrug en stuit, een lange, naar achteren hangende kuif en kale rode gezichtshuid rond het oog; de lange staart is zijdelings afgeplat en licht gebogen. Het vrouwtje is roetbruin met een schubvormige tekening op de onderdelen, een kortere kuif en dezelfde rode gezichtshuid, maar veel minder opvallend. Beide seksen hebben grijze poten en een rechtopstaande, hoenderachtige houding. Op de bosbodem valt vooral de witte onderrug van het mannetje op tussen de schaduwen.

Verwarrings­soorten

De fazant (Phasianus colchicus), die elders op Hawaï voorkomt, heeft een veel langere, koperkleurige staart en mist de rode kuif; in de praktijk overlappen de twee soorten weinig, omdat de nepalfazant zich tot het bos beperkt en de fazant tot open land. Het vrouwtje van het bankivahoen is roodbruiner en mist de witte tekening op de onderrug van de nepalfazanthen. Verwilderde donkere tamme hoenders kunnen op afstand voor een mannetje worden aangezien, maar missen de kale rode gezichtshuid en de kuif.

Leefgebied

Vochtig bos op de hellingen van het Big Island, van laaggelegen, met uitheemse bomen vermengd bos tot bos op zo'n tweeduizend meter hoogte, met een dichte ondergroei van varens en struiken om in te schuilen. Hij foerageert overdag op de bosbodem, tussen bladstrooisel op zoek naar zaden, insecten en kleine ongewervelden, en trekt zich voor de nacht terug in de bomen. Open weiland, droog laagland en aaneengesloten bebouwing worden gemeden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

In 1962 werden nepalfazanten uit Zuid-Azië uitgezet op het Big Island van Hawaï, met als doel er een jachtvogel van te maken. Van de oorspronkelijke uitzetplek bij Puʻu Waʻawaʻa breidde de soort zich uit over vrijwel alle beboste hellingen van het eiland, en de opmars gaat door. Losse waarnemingen zijn ook gedaan op Maui en Oahu, maar zonder aanwijzingen voor een gevestigde populatie. Elders in Noord-Amerika is de soort niet uitgezet.

HawaïNiihauKauaiOahuLanaiMolokaiKahoolaweMauiHawaii
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de kaart van Noord-Amerika zou deze vogel een stipje zijn dat nauwelijks opvalt. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. De verdeling over de afzonderlijke eilanden hierbinnen is nog niet per eiland gemeten en staat voorlopig overal hetzelfde ingekleurd; dat er hier wel vogels zitten, staat vast. Eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop in de vroege ochtend over een van de boswegen in Hawai'i Volcanoes National Park, bijvoorbeeld bij Kipuka Puaulu: nepalfazanten scharrelen er dicht bij het pad in het bladstrooisel en vliegen pas op als je vlakbij bent, met een explosieve, korte sprint. Het schrapende gekakel is vaak eerder te horen dan de vogel te zien is.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd; op het Big Island nemen aantal en verspreidingsgebied nog altijd toe sinds de uitzetting van 1962. De soort geldt er als jachtwild met een eigen jachtseizoen, en er is geen beheer gericht op het terugdringen van de populatie.

Wetenschappelijke naam

Lophura leucomelanos | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Phasianus leucomelanos; ze staat sindsdien in een ander geslacht, en daarom staan auteur en jaartal tussen haakjes. Fleming voerde het geslacht Lophura in 1822 in, uit het Grieks lophos 'kuif' en oura 'staart'. leucomelanos is Grieks voor 'zwart-wit', naar het contrasterende verenkleed van het mannetje. De typelocatie lag oorspronkelijk in India in brede zin en is later beperkt tot Nepal, vandaar de naam nepalfazant.