Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Noord-Amerikaanse helmspecht
Noord-Amerikaanse helmspecht | Dryocopus pileatus
Pileated Woodpecker | Picamaderos norteamericano
De noord-amerikaanse helmspecht is de grootste specht van Noord-Amerika die met zekerheid nog voorkomt: een overwegend zwarte vogel ter grootte van een kraai, met een vlammend rode kuif en brede witte strepen in de hals. Hij hakt langwerpige, rechthoekige gaten in dode bomen op zoek naar timmermansmieren.
Geluid
De roep is een luide, snel herhaalde reeks kuk-kuk-kuk-kuk, die aan de roep van de goudspecht doet denken maar zwaarder en dragender klinkt. Hij trommelt traag en onregelmatig, met zware, ver dragende slagen die de aanwezigheid van een grote holte verraden.
Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 4.0 · Forestville/Mystery Cave State Park, Fillmore County, Minnesota, United States · xeno-canto
Herkenning
Een grote, overwegend zwarte specht met een lange, rode kuif, een witte streep van de snavel naar de hals en witte strepen op de vleugelonderzijde die in vlucht goed zichtbaar zijn. Het mannetje heeft een rode snorstreep, het vrouwtje een zwarte. De snavel is lang, zwaar en beitelvormig.
Verwarringssoorten
De uitgestorven ivoorsnavelspecht had een vergelijkbaar patroon maar droeg wit op de vleugelachterrand in plaats van alleen in de hals, en had een lichtgekleurde in plaats van zwarte snavel; van deze soort bestaat geen bevestigde recente waarneming meer. De veel kleinere goudspecht heeft een vergelijkbare roep maar mist de kuif en is overwegend bruin.
Leefgebied
Bos met grote, oude en dode bomen, zowel loofbos als gemengd en naaldbos, van de oostelijke laaglanden tot de bergen van het westen en de kustbossen van de Grote Meren en Canada.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel over vrijwel het hele oosten van de Verenigde Staten en Canada, van de Golfkust tot de boreale bossen, en verder in een aparte strook langs de Pacifische kust van Brits-Columbia tot Californië.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek naar grote, langwerpige gaten in dode boomstammen op ooghoogte tot enkele meters hoog; de vogel zelf verraadt zich vaak eerder door zijn luide roep dan door zicht.
Staat van instandhouding
Wijdverbreid en niet bedreigd; de soort profiteert van staand dood hout in ouder wordende bossen. De verlaten nestholtes worden door tal van andere dieren hergebruikt, van uilen tot eekhoorns.
Wetenschappelijke naam
Dryocopus pileatus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Picus pileatus; omdat ze sindsdien naar een ander geslacht is overgebracht, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Dryocopus is Grieks voor 'boomhakker', van drys ('boom') en kopos ('slaan'); pileatus is Latijn voor 'met een muts', naar de opvallende kuif.


