Alle soortenZangvogelsAmerikaanse zangers › Roodkapzanger

Roodkapzanger | Basileuterus rufifrons

Rufous-capped Warbler | Reinita coronirrufa

De roodkapzanger is een langstaartige zanger van dichte struwelen en canyonbodems in Mexico en Guatemala. Hij beweegt zich winterkoningachtig laag in de vegetatie en houdt de staart daarbij steil omhoog. In de Verenigde Staten is hij een onregelmatige verschijning in de canyons van Zuidoost-Arizona en op het Edwards Plateau in Texas, waar af en toe nestpogingen zijn vastgesteld.

Roodkapzanger (Basileuterus rufifrons)
Foto: Seabamirum on Flickr — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een versnellende reeks droge tsjip-notities op ongeveer dezelfde toonhoogte, die aan het eind in een ratel overgaat en soms met enkele geaccentueerde noten wordt afgesloten. Het gebruik van de zang wisselt per seizoen, per tijdstip en per jaar. De roep is een zachte, staccato tsjek, vaak in korte reeksen terwijl het paar contact houdt in dichte begroeiing. Ondanks de naam heeft geen van de Amerikaanse zangers een gorgelende zang.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

De kruin is roodbruin, met een brede witte wenkbrauwstreep, een donkere oogstreep en een witte streep onder de wang. De keel en de borst zijn geel, de buik is wit en de bovendelen zijn dofolijf tot olijfgrijs, zonder vleugelstrepen en zonder witte vlekken in de staart. De staart is lang en wordt vaak schuin omhoog gehouden en met korte schokjes bewogen. De vogel foerageert in laag struikgewas en op de bodem, zoekend naar insecten en spinnen, en vangt zelden iets in de vlucht.

Verwarrings­soorten

De waaierzanger is groter, heeft een grijze kop met een gele kruinvlek en witte traanvlekken rond het oog, en witte punten aan de staart. De roodkruinzanger heeft een oranjebruine kruin met zwarte zijstrepen en geen witte wenkbrauw. Juveniele zangers met een bruinige kruin missen de scherpe wit-donker-witte koptekening. Het ontbreken van vleugelstrepen en staartvlekken, in combinatie met de rechtopstaande staart, onderscheidt de soort van alle Setophaga-zangers in hetzelfde gebied.

Leefgebied

Droog tot halfvochtig struweel, doornbos en open eikenbos van heuvelland en hoogland, vaak op hellingen met dichte ondergroei. In Arizona en Texas zit hij in canyonbodems met eiken, dichte struiken en een permanente of tijdelijke waterloop. Hij blijft vrijwel altijd in de onderste twee meter en komt zelden in de kroon. Grasland en gesloten hoog bos zonder ondergroei worden gemeden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het areaal beslaat het grootste deel van Mexico, van Zuid-Sonora en Zuidwest-Chihuahua aan de Pacifische zijde en Nuevo León en Tamaulipas aan de Golfzijde zuidwaarts tot Chiapas, en verder tot Guatemala; populaties zuidelijker in Midden-Amerika worden tegenwoordig vaak als afzonderlijke soort behandeld. De soort is standvogel. In de Verenigde Staten gaat het om kleine aantallen in enkele canyons van Zuidoost-Arizona, waar vogels soms jaren achtereen aanwezig zijn en hebben gebroed, en om verspreide gevallen in Zuid- en Midden-Texas.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

In Arizona geven Florida Canyon en enkele naburige canyons van de Santa Rita Mountains de grootste kans; ga vroeg op de ochtend en luister naar de versnellende ratel vanuit dichte struiken langs de droge bedding. Wachten loont meer dan zoeken: de vogel beweegt zich langs een vaste route door het struweel en komt vanzelf even in het open. De omhooggehouden staart valt op zodra hij zich verplaatst, ook als de kleuren in de schaduw niet te zien zijn.

Staat van instandhouding

De soort is bij de IUCN niet apart beoordeeld (NE), omdat de afbakening ten opzichte van de zuidelijker verwanten is gewijzigd; in de ruime opvatting werd de populatie op ongeveer twee miljoen vogels geschat en gold de soort als niet bedreigd. Ze houdt stand in secundair struweel en in verwaarloosde akkerranden, waardoor omzetting van bos naar kleinschalige landbouw niet meteen tot verdwijnen leidt. In de Verenigde Staten gaat het om zo weinig vogels dat het aantal vooral van bezetting vanuit Mexico afhangt.

Wetenschappelijke naam

Basileuterus rufifrons | (Swainson, 1838)

William Swainson beschreef de soort in 1838 als Setophaga rufifrons; omdat ze later in Basileuterus is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam komt van het Latijnse rufus 'roodbruin' en frons 'voorhoofd'. Het geslacht Basileuterus is afgeleid van het Griekse basileuteros 'meer koninklijk', naar de gekleurde kruin van veel soorten in dit geslacht. Het beschreven exemplaar kwam uit Mexico, later beperkt tot een vindplaats in Veracruz.