Alle soortenZangvogelsBuulbuuls › Roodoorbuulbuul

Roodoorbuulbuul | Pycnonotus jocosus

Red-whiskered Bulbul | Bulbul orfeo

De roodoorbuulbuul is meteen te herkennen: bruin en wit, met een spitse zwarte kuif, een witte wang met een zwarte streep eronder en een klein karmijnrood streepje achter het oog — het rode oor van zijn naam. Onder de staart zit een tweede rood vlekje. Hij komt uit Zuid- en Zuidoost-Azië en leeft hier alleen waar mensen wonen: op Oahu en in een handvol wijken ten zuiden van Miami.

Roodoorbuulbuul (Pycnonotus jocosus)
Foto: myjkccd — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, opgewekt gebabbel van heldere frasen van drie tot vijf noten, die in het Engels als kink-a-djoe of pet-ti-groe worden geschreven en die vanaf een draad of een boomtop worden herhaald, van het eerste licht af. De contactroep is een kort, scherp pit; bij onraad volgt een rauwe, schetterende ratel. Groepjes antwoorden elkaar van tuin tot tuin, zodat een straat een hele ochtend doorbelt. In delen van zijn eigen gebied worden mannetjes juist om die stem gevangen en in zangwedstrijden tegen elkaar uitgezet.

Luister: RoepXC1051835

Opname: Ujjal Kishor De — CC BY-SA 4.0 · Ambedkar College, fatikroy, Unakoti, Tripura, India · xeno-canto

Herkenning

Zeventien tot drieëntwintig centimeter, slank, met een lange staart met een witte punt. Boven bruin, onder wit; de kop is zwart met een hoge spitse kuif die meestal rechtop staat, en daaronder ligt een wit wangvlak dat door een zwarte baardstreep wordt afgesloten en aan de zijkant van de borst in een zwarte band doorloopt. Het rode oorstreepje achter het oog is klein en pas van dichtbij te zien; de veren onder de staart zijn karmijnrood. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk. Jonge vogels missen het rode streepje, hebben een lagere kuif en okerkleurige in plaats van rode veren onder de staart.

Verwarrings­soorten

Op Oahu is de roodbuikbuulbuul (Pycnonotus cafer) veel talrijker: die is donkerder en geschubd, heeft een zwarte kop zonder wit wangvlak, een witte stuit en dezelfde rode onderstaart — het kopatroon beslist. In Florida gaat de verwarring eerder met de spotlijster, die grijs is, geen kuif heeft en in de vlucht witte vleugelvlekken laat zien. De cederpestvogel heeft ook een kuif, maar is zijdeachtig grijsbruin met een zwart masker en een gele staartband, en hij zit in de winter zwijgend in groepen in de bomen in plaats van luid te roepen vanaf een draad.

Leefgebied

Tuinen, parken, hagen, boomgaarden, wegbermen en de randen van secundair struikgewas — overal waar het hele jaar door iets vrucht draagt. Op Oahu zit hij van de stadswijken tot in de valleien en de uitlopers van het Waianae-gebergte. Gesloten inheems bos en open land zonder dekking mijdt hij. Waar hij zit, zit hij dicht bij mensen: in beide gebieden is hij nooit verder gekomen dan de bewoonde en beplante zone.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Zijn eigen gebied loopt van India en Sri Lanka door zuidelijk China tot Indochina en ligt buiten deze kaart. In Noord-Amerika zijn er twee gevestigde bevolkingen, allebei uit de kooivogelhandel: in 1960 ontsnapte in Kendall, ten zuiden van Miami, een groepje uit een volière, en sindsdien is die bevolking binnen een gebied van enkele vierkante kilometers gebleven. Op Oahu werden de eerste vogels op 9 juli 1965 gezien in Makiki Heights boven Honolulu; van daaruit heeft hij het eiland langzaam gevuld — eerst de valleien van Manoa en Nuuanu, daarna oostwaarts naar Kailua en Kaneohe en noordwestwaarts naar Wahiawa en Haleiwa. Van de andere Hawaiiaanse eilanden zijn geen meldingen.

HawaïNiihauKauaiOahuLanaiMolokaiKahoolaweMauiHawaii
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de kaart van Noord-Amerika zou deze vogel een stipje linksonder zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Per eiland gemeten aan de waarnemingen van GBIF: het aantal waarnemingen van de soort gedeeld door alle vogelwaarnemingen daar, per seizoen, net als op de gewone kaart. Op Niihau en Kahoolawe wordt zo weinig gekeken dat de meting daar zwijgt en de standaardwerken het zeggen. Eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem waar hij zichzelf laat zien: boven op een draad, een lantaarnpaal of de top van een boom, vroeg in de ochtend, of bij een vrucht dragende vijg, papaja of braziliaanse peperboom. Anders dan de meeste vogels om hem heen zit hij open en bloot en roept hij aanhoudend. In Florida is dat in de straten van Kendall en Pinecrest, op Oahu in Makiki en Manoa.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). In zijn eigen gebied is hij algemeen, al is hij in delen van Zuidoost-Azië sterk afgenomen doordat er veel voor zangwedstrijden wordt gevangen. De twee Noord-Amerikaanse bevolkingen zijn klein: die op Oahu breidt zich langzaam uit maar blijft dunner dan de roodbuikbuulbuul, en die bij Miami is in vijfenzestig jaar nauwelijks van haar plek gekomen.

Wetenschappelijke naam

Pycnonotus jocosus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Lanius jocosus, bij de klauwieren; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pycnonotus werd in 1826 ingevoerd door Boie, uit het Griekse puknos, 'dicht', en noton, 'rug', naar de dichte, haarachtige veertjes op rug en nek. jocosus is Latijn voor 'vrolijk, schertsend', naar de stem. Linnaeus gaf als vindplaats alleen 'China' op; Deignan beperkte de typelocatie in 1948 tot Kanton, het huidige Guangzhou.