Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Rosse fluiteend
Rosse fluiteend | Dendrocygna bicolor
Fulvous Whistling-Duck | Suirirí bicolor
De rosse fluiteend is een eend zonder veel tekening op het lichaam: overal egaal kaneelkleurig, met alleen een witte streep over de flank en een witte band over de stuit als onderbreking. Op lange grijze poten waadt en zwemt hij in ondiep, dicht begroeid water, en zijn fluitroep draagt 's nachts ver over rijstvelden en moeras. Van alle eenden van dit continent heeft hij het grilligste trekgedrag: troepen kunnen in één seizoen honderden kilometers verplaatsen, tot ver buiten het broedgebied.
Geluid
De roep is een helder, tweetonig fluitsignaal, kie-wie-joo, gegeven vanaf de grond, zwemmend of in de vlucht, en vaak juist 's nachts te horen. Vogels die ruzie maken laten een schraper, herhaald kie horen. De vleugels maken in de vlucht een doffe, zoemende klank die van het scherpere vleugelklap van de zwartbuikfluiteend te onderscheiden is. Een roepende troep boven een rijstveld in het donker is voor menigeen de eerste kennismaking met de soort, lang voordat er iets te zien is.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Het hele lichaam is kaneelkleurig tot roodbruin, met een donkere streep over de kruin en de achterhals en een zwartachtige, met kastanje geschubde rug. De flanken dragen lange, crèmewitte strepen, en in de vlucht steekt een witte band over de stuit fel af tegen de zwarte staart. Snavel en poten zijn grijs, niet roze zoals bij de zwartbuikfluiteend, en de poten zijn iets korter en steken in de vlucht minder ver voorbij de staart uit. Het vrouwtje is iets doffer en heeft meer zwart op kruin en achterhals dan het mannetje; jonge vogels zijn bleker van onderen en missen het scherpe contrast van de volwassen vogel.
Verwarringssoorten
De zwartbuikfluiteend (Dendrocygna autumnalis) is de belangrijkste verwarringssoort: die heeft een grijs gezicht, een felroze snavel en poten, en een zwarte in plaats van kaneelkleurige buik, en toont in de vlucht wit op de vleugel, niet op de stuit. Jonge zwartbuikfluiteenden missen de zwarte buik en lijken oppervlakkig meer op de rosse fluiteend, maar hun grijze snavel en de afwezigheid van witte flankstrepen blijven onderscheidend. Een wilde eend of krakeend in eclipskleed kan van verre even kaneelkleurig ogen, maar mist de lange hals, de lange poten en de witte stuitband van de fluiteend volledig.
Leefgebied
Hij zoekt ondiep zoet water met dichte begroeiing: overstroomde rijstvelden zijn in Texas en Louisiana het belangrijkste leefgebied, aangevuld met moeras, natte weiden en ondiepe meertjes. Anders dan de zwartbuikfluiteend nestelt hij zelden in een boomholte; het nest is een platform van gevlochten stengels, gebouwd op drijvende vegetatie of tussen riet en biezen, met het water er vlak onder. Gesloten bos gebruikt hij niet, en op trek naar Mexico verzamelt hij zich in lagunes langs de kust voor hij verder trekt of gaat ruien.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedvogel van de kuststrook van Texas en Louisiana en, sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw, van Florida ten zuidoosten van het Okeechobeemeer; de meeste vogels trekken na het broedseizoen naar Mexico, waar ze ruien en overwinteren, en de Florida-populatie overwintert deels op Cuba. In Mexico, Midden-Amerika en delen van Zuid-Amerika is de soort grotendeels standvogel. Opmerkelijk is dat dezelfde soort, los van de Amerikaanse populatie, ook in Oost-Afrika, op Madagaskar en in Zuid-Azië voorkomt — een verspreiding die geen andere eend van dit continent deelt. In Californië broedde hij tot diep in de twintigste eeuw in aantal langs de Central Valley en bij de Salton Sea; sinds de jaren negentig is dat tot een enkel paar per jaar geslonken, en de soort komt er nu nog slechts onregelmatig voor.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek overstroomde rijstvelden ten westen van Houston of bij Anahuac in de late zomer, tegen de avond: de troepen zijn dan vaak pas aan hun roep te herkennen boven het hoge gewas, voor er een vogel te zien is. Geduldig luisteren levert hier meer op dan speuren met de verrekijker.
Staat van instandhouding
De wereldwijde broedpopulatie wordt geschat op 1,4 miljoen vogels en was tussen 1966 en 2015 over het geheel stabiel tot licht toenemend, al is een populatie in Zuid-Californië in dezelfde periode vrijwel verdwenen. Drainage, kanalisatie en bebouwing van moerasgebieden vormen de belangrijkste bedreiging, en landbouwgif heeft in het verleden op sommige plekken tot scherpe terugval geleid. De jacht is wereldwijd toegestaan; het effect daarvan op de populatie is niet goed bekend.
Wetenschappelijke naam
Dendrocygna bicolor | (Vieillot, 1816)
Vieillot beschreef de soort in 1816 als Anas bicolor, met Paraguay als vindplaats; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dendrocygna werd in 1837 ingevoerd door William Swainson voor de fluiteenden, uit het Griekse dendron, 'boom', en cygnus, 'zwaan' — 'boomzwaan'. bicolor is Latijn voor 'tweekleurig', naar het contrast tussen de kaneelkleurige onderdelen en de donkere, kastanje geschubde rug; dezelfde kleur levert ook het Latijnse fulvus, 'roodgeel', waar de Engelse naam Fulvous Whistling-Duck naar verwijst.




