Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Witkapduif
Witkapduif | Patagioenas leucocephala
White-crowned Pigeon | Paloma Coroniblanca
De witkapduif is een grote, leigrijze tot bijna zwarte duif met een glanzend witte kruin, en de enige duif van Noord-Amerika die op mangrove-eilandjes broedt en dagelijks over open water naar zijn voedsel vliegt. In de Verenigde Staten leeft hij alleen in het uiterste zuiden van Florida en op de Keys, waar de staat hem als bedreigd heeft aangemerkt. Hij eet vrijwel uitsluitend vruchten en hangt daarmee volledig af van het tropische loofbos van de eilanden.
Geluid
De roep is een diep, uilachtig gekoer van drie lettergrepen, koe-koeroe-KOE, dat over water ver draagt. Het mannetje herhaalt het motief traag, met lange stiltes ertussen, meestal vanuit de kroon van een mangrove of van een hoge boom in het bos. Je hoort het vooral in de vroege ochtend tussen mei en september, wanneer de kolonies bezet zijn. Buiten de broedtijd is de soort opvallend zwijgzaam.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een forse duif, geheel leigrijs tot bijna zwart, met een scherp afgetekende witte kruin die bij het mannetje helder wit is en bij het vrouwtje grijswit. In de nek staat een veld van groen glanzende veren met witte randen, dat van dichtbij als een fijn schubpatroon oogt. Het oog is wit tot bleekgeel met een rode ring eromheen; de snavel is rood met een bleke punt en de poten zijn rood. Jonge vogels zijn bruiner en doffer, met een grauwbruine kruin en een donker oog. In de vlucht is hij eenkleurig donker, met brede vleugels en een vrij lange staart, en gaat hij met krachtige, regelmatige slagen laag over het water.
Verwarringssoorten
De rotsduif is even groot maar nooit gelijkmatig donker: hij toont bijna altijd een lichte stuit, zwarte strepen over de vleugel en een bleke ondervleugel, en zijn snavel is grijs. Op de Antillen kan de witkapduif worden verward met Patagioenas squamosa, een even donkere duif die de witte kruin mist en een brede rode ring om het oog draagt. Jonge witkapduiven met een nauwelijks lichte kruin lijken op afstand op een donkere stadsduif; let dan op de rode snavel met bleke punt en op de eenkleurig donkere ondervleugel.
Leefgebied
Hij nest en slaapt op onbewoonde mangrove-eilandjes in Florida Bay, Biscayne Bay en tussen de Keys, in dichte rode en zwarte mangrove die door het water tegen ratten en wasberen wordt beschermd. Zijn voedsel zoekt hij ergens anders: in het tropische loofbos van de hoger gelegen delen, waar hij vijgen, pigeon plum, kokosplum en de vruchten van de poisonwood-boom (Metopium toxiferum) plukt. Tussen slaapplaats en voedselbos legt hij dagelijks tochten af die tientallen kilometers kunnen bedragen. Naaldbos, open weiland en het binnenland van het schiereiland gebruikt hij niet.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Zijn kerngebied zijn de Caribische eilanden: de Bahama's, Cuba, Jamaica, Hispaniola, de Caymaneilanden, Puerto Rico en verder oostwaarts, plus de Caribische kust van Midden-Amerika en de eilanden voor Yucatán. In het gebied van deze gids broedt hij alleen in het zuiden van Florida, van Florida Bay en Biscayne Bay tot de laatste Keys, met een broedseizoen van mei tot september. Een deel van die vogels steekt in de herfst over naar Cuba en de Bahama's; een kleiner deel blijft de winter door. In de twintigste eeuw is hij uit een groot deel van zuidelijk Florida verdwenen doordat het tropische loofbos werd gekapt voor bebouwing.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga bij het eerste licht op de Keys op een punt met uitzicht over open water staan en volg de vluchtlijnen: de vogels verlaten hun mangrove-eilandjes in kleine groepjes en steken laag en snel over naar het bos. Draait er een, dan licht de witte kruin op tegen het donkere lijf — het enige moment waarop dat kenmerk op afstand echt werkt. Tussen mei en september is de kans het grootst.
Staat van instandhouding
De Rode Lijst rekent hem tot de gevoelige soorten, met een geschatte wereldpopulatie van ruim een half miljoen broedvogels en een dalende trend. Florida heeft hem als bedreigd aangemerkt; de oorzaken zijn het verdwijnen van tropisch loofbos, verstoring van de broedeilandjes en botsingen met gebouwen en masten. Op de Caribische eilanden drukt de jacht zwaar op de aantallen, en een orkaan kan in één seizoen zowel de broedeilandjes als de vruchtdragende bomen wegvagen.
Wetenschappelijke naam
Patagioenas leucocephala | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Columba leucocephala; omdat de Amerikaanse duiven later zijn ondergebracht in het geslacht Patagioenas, dat Reichenbach in 1853 invoerde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam leucocephala is Grieks voor 'witkoppig'. Als typelocatie gelden de Bahama's: Linnaeus baseerde zich op de afbeelding en de beschrijving van Mark Catesby, die de vogel daar had gezien.



