Alle soorten › Keerkringvogels › Keerkringvogels › Witstaartkeerkringvogel
Witstaartkeerkringvogel | Phaethon lepturus
White-tailed Tropicbird | Rabijunco coliblanco
Een spierwitte zeevogel met een zwart oogmasker, een zwarte diagonaal over de bovenvleugel en twee draadvormige staartpennen die zijn lengte ongeveer verdubbelen. Hij broedt in spleten van zeekliffen en kratterwanden en brengt de rest van het jaar alleen op open zee door. Op Bermuda heet hij de longtail en is hij het nationale symbool; op Hawaï heet hij koaʻe kea.
Geluid
Boven de kolonie een schril, krijsend kie-kie-krrt-krrt-krrt, dat vaak in de vlucht en in achtervolging wordt gegeven, en een droge ratel als twee vogels langs elkaar schieten. Baltsende paren cirkelen samen en roepen daarbij aan één stuk door, zodat een kliffront met een paar broedparen al een aanhoudend geluid geeft. Op zee is hij vrijwel stil. Het geluid draagt ver over water en verraadt vaak een vogel die hoog boven een krater of klif hangt.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Volwassen vogels zijn glanzend wit, soms met een zachte perzikgloed, met een zwart masker door het oog, een brede zwarte band schuin over de bovenvleugel en zwart in de buitenste handpennen. De snavel is geel tot oranje, de poten zijn klein en zwak. De twee middelste staartpennen groeien uit tot witte linten die bij oude vogels een halve meter lang worden; mannetjes hebben ze gemiddeld langer dan vrouwtjes. Jonge vogels missen de linten, hebben een geelgroene snavel met een donkere punt en een rug die fijn zwart gebandeerd is. De vlucht is hoog en snel, met stijve, duivenachtige vleugelslagen afgewisseld met korte glijvluchten; hij bidt boven het water en stort zich dan met half gevouwen vleugels naar beneden.
Verwarringssoorten
De roodsnavelkeerkringvogel (Phaethon aethereus) is groter, heeft een rode snavel, een over de hele rug fijn gebandeerd verenkleed en meer zwart in de handpennen, maar mist de zwarte band over de bovenvleugel. De roodstaartkeerkringvogel, in Hawaï de gewoonste van de drie, is zwaarder gebouwd, oogt geheel wit met een zware rode snavel en heeft dunne rode staartlinten die op afstand onzichtbaar zijn. Jonge keerkringvogels zonder linten worden voor sterns aangezien: die hebben een gevorkte staart, een slanker lichaam en een veel losser, wippend vluchtbeeld. Let bij twijfel op de zwarte diagonaal over de vleugel — die heeft alleen de witstaartkeerkringvogel.
Leefgebied
Warme open oceaan, ver van de kust, waar hij solitair rondzwerft boven diep water. Om te broeden heeft hij een ontoegankelijke holte nodig: een spleet of richel in een zeeklif, een gat in een lavawand, een grot of een holle boom, altijd zo dat de vogel er vanuit de lucht in kan vallen en er weer uit kan glijden. Vlakke, open grond mijdt hij, want daar heeft hij geen verweer tegen ratten en katten. Op Hawaï nestelt hij tot diep in het binnenland, in de wanden van kraters en canyons.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De soort bewoont alle tropische oceanen. In dit gebied broedt hij op Bermuda, waar tweeduizend tot drieduizend vogels zitten, op de Bahama's en op de Grote Antillen — Cuba, Jamaica, Hispaniola en Puerto Rico — en op de Kaaimaneilanden, waar hij een zomergast is op de kliffen van Grand Cayman en de Bluff van Cayman Brac. Op Hawaï broedt hij van maart tot oktober in Waimea Canyon en langs de Nā Pali-kust op Kauaʻi, op Molokaʻi en Lānaʻi, en in de krater van Kīlauea op het eiland Hawaii. Buiten het broedseizoen verlaat hij het land volledig en leeft hij alleen op zee, waar zijn verblijfplaatsen slecht bekend zijn. Voor de kust van de Verenigde Staten is hij in voorjaar en zomer een regelmatige verschijning bij de Dry Tortugas en in de Golfstroom; orkanen kunnen hem ver landinwaarts blazen.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
Waar en wanneer kijken
Ga bij een broedklif staan op een zonnige ochtend met opwaartse wind: de vogels hangen dan in de stijgende lucht voor de wand en de staartlinten lichten tegen het donkere gesteente op. Op het eiland Hawaii is het uitzicht over de krater van Kīlauea de gemakkelijkste plek van allemaal, omdat je op de vogels neerkijkt in plaats van ertegen. Op zee moet je hoog kijken, niet laag: hij vliegt meestal ver boven de golven.
Staat van instandhouding
Wereldwijd geldt hij als niet bedreigd, al is de trend onbekend omdat de vogels buiten het seizoen onvindbaar zijn. Op de kolonies zijn ingevoerde ratten en katten de grootste bedreiging, samen met bebouwing en erosie van de kliffen waarin hij nestelt; op Cayman Brac liep de kolonie terug van ongeveer achthonderd vogels in 1985 naar zo'n tweehonderd in 2003. Op Bermuda worden kunstmatige nestholtes bijgeplaatst, iglo's genoemd naar hun vorm, waar de vogels bereidwillig in trekken.
Wetenschappelijke naam
Phaethon lepturus | Daudin, 1802
Daudin beschreef de soort in 1802 als Phaëton lepturus, met de oude spelling van de geslachtsnaam, in zijn uitgave van de natuurlijke historie van Buffon; auteur en jaartal staan zonder haakjes, want de soort staat nog altijd in hetzelfde geslacht. Phaethon, in 1758 gevormd door Linnaeus, is de zoon van de zonnegod die met de zonnewagen langs de hemel reed. lepturus is gemaakt van het Griekse leptos 'dun' en oura 'staart', naar de twee draadvormige pennen. Het beschreven exemplaar kwam van Mauritius, aan de andere kant van de wereld dan de vogels van dit gebied.


