Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Zwartkoptroepiaal
Zwartkoptroepiaal | Icterus graduacauda
Audubon's Oriole | Turpial amarillento
De zwartkoptroepiaal is de enige troepiaal van Noord-Amerika met een geheel zwarte kap op een geel lichaam. Hij leeft verborgen in dicht struweel en oeverbos in Mexico en in het dal van de Rio Grande in Zuid-Texas, waar hij vaker gehoord dan gezien wordt.
Geluid
De zang bestaat uit langzame, wat weifelende fluittonen die in toonhoogte op en neer glijden, met een aarzelende pauze tussen de notities; het geheel klinkt lager en trager dan bij de andere troepialen. Mannetje en vrouwtje zingen dezelfde zang en antwoorden elkaar, ook buiten de broedtijd. De roep is een nasaal njèh en een kort, hoog fluitje waarmee de partners contact houden in dichte begroeiing.
Opname: Leonardo Guzman Hernandez — CC BY-SA 4.0 · Santiago, Nuevo León, Mexico · xeno-canto
Herkenning
Kop, keel en nek zijn volledig zwart, tot een scherpe rand op de bovenborst; de rest van het lichaam is geel met een olijfgroene waas op rug en stuit. Vleugels en staart zijn zwart, met witte randen aan enkele armpennen en een gele schouder. De snavel is lang, dik aan de basis en scherp gepunt. Vrouwtjes zijn iets doffer en olijfkleuriger op nek en rug dan mannetjes, maar verder gelijk. Jonge vogels hebben doffe bruine vleugels en een olijfgele kop zonder zwarte kap.
Verwarringssoorten
Geen andere troepiaal in het gidsgebied combineert een zwarte kap met een geel lichaam: bij de maskertroepiaal is alleen het gezicht en de keel zwart en is de kruin geel of oranje, en bij de altamiratroepiaal loopt het zwart niet over de kruin door. De scotts troepiaal, in het westen, heeft ook een zwarte kop en gele buik, maar een zwarte rug en borst tot ver op het lichaam, en overlapt nauwelijks in areaal. Jonge zwartkoptroepialen zonder kap zijn aan hun formaat, de zware snavel en het gele-olijfgroene kleed te herkennen.
Leefgebied
Dicht, groenblijvend struweel en bos langs water: mesquitebos, ebbenhoutstruweel en oeverbos in Zuid-Texas, en in Mexico ook bergbos, wolkenbos en beboomde koffieplantages tot op enkele duizenden meters. Hij foerageert lager en meer verscholen dan andere troepialen, tot op de grond, en wipt de snavel in opgerolde bladeren en bastspleten om insectenlarven bloot te leggen. Het nest is een ondiepe hangende kom op vijf tot vijftien voet hoogte, in dichte begroeiing.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel; paren blijven vaak het hele jaar bij elkaar. Het areaal valt in twee gescheiden delen uiteen. Het oostelijke deel loopt van het dal van de Rio Grande in Zuid-Texas zuidwaarts door Tamaulipas, Nuevo León, San Luis Potosí, Querétaro, Hidalgo en Veracruz; het westelijke deel ligt langs de Pacifische helling, van Nayarit en Jalisco zuidwaarts over Colima, Michoacán en Guerrero tot Zuid-Oaxaca. In de Verenigde Staten broeden er minder dan vijfduizend vogels, in de county's langs de rivier en in het Zuid-Texaanse struweelgebied.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in Texas op het geluid af: de langzame, glijdende fluittonen dragen ver door dicht struweel, terwijl de vogel zelf zelden vrij zit. Santa Ana, Salineño en de bosjes van Zuid-Texaanse ranches zijn de bekendste plekken. In de winter komt hij op voederplaatsen af, en dan is een langdurig wachten bij een tafel met sinaasappel vaak de zekerste manier om hem te zien.
Staat van instandhouding
Partners in Flight schat de wereldpopulatie op circa 3,5 miljoen vogels, waarvan minder dan vijfduizend in de Verenigde Staten; de soort staat wereldwijd als niet bedreigd te boek. In Texas nam het aantal sinds de jaren twintig af en verdween hij uit een deel van de grote reservaten in het Rio Grande-dal, samenhangend met het verlies en de versnippering van oeverbos. Nesten worden veel geparasiteerd door de bruinkopkoevogel, wat het broedsucces in kleine, versnipperde bosjes verder verlaagt.
Wetenschappelijke naam
Icterus graduacauda | Lesson, 1839
Lesson beschreef de soort in 1839 als Icterus graduacauda; omdat ze in datzelfde geslacht is gebleven, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Het geslacht Icterus komt van het Griekse ikteros, de naam van een gele vogel. De soortnaam is samengesteld uit het Latijnse gradus 'trede' en cauda 'staart' en betekent 'met de getrapte staart', naar de staartpennen die van buiten naar binnen in lengte toenemen. De Engelse naam eert John James Audubon; de Nederlandse naam noemt de zwarte kap en de Spaanse de gele lichaamskleur. Het beschreven exemplaar kwam uit Mexico, zonder nadere plaatsaanduiding.




