Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Alsemfeetiran
Alsemfeetiran | Empidonax wrightii
Gray Flycatcher | Mosquero Gris
De alsemfeetiran is de feetiran van de sagebrush-vlakten en het jeneverbes-pinyonbos van het Great Basin. Hij is de bleekste en langstsnavelige van de groep en de enige die zijn staart naar beneden beweegt in plaats van omhoog. Hij overwintert noordelijker dan alle andere feetirannen: in Zuid-Arizona en Noordwest-Mexico.
Geluid
De zang is tweedelig en stijgt in toon: een krachtig tsjoe-wip of tsji-bit, waartussen de vogel een zwakkere, hogere tsjiep schuift. Die twee elementen wisselen elkaar in een vast, traag ritme af — een korte zang tegenover de drie delen van de struikfeetiran en de sparrenfeetiran. Alleen mannetjes zingen. De roep van beide geslachten is een droog wit of pit, vrijwel gelijk aan die van de struikfeetiran; op de roep alleen kom je er dus niet, op de zang wel.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Bleek grijs van boven met weinig olijf, vuilwit van onderen met hooguit een zweem geel; de witte oogring is smal en weinig opvallend, de vleugelstrepen zijn bleek. De staart is lang, de snavel is lang en recht, met een schone oranjeroze ondersnavel die scherp in een donkere punt eindigt. Het belangrijkste kenmerk is gedrag: hij laat de staart langzaam naar beneden zakken, zoals een feebe, terwijl alle andere feetirannen hem met een snelle beweging omhoog wippen. Ook hier blijft gelden dat een zwijgende vogel in het veld vaak niet te determineren is en dat de zang het enige volledig betrouwbare kenmerk is.
Verwarringssoorten
De struikfeetiran is het lastigste geval, en ook het historisch lastigste: het typemateriaal onder de naam wrightii bleek uiteindelijk tot deze soort te horen, waardoor de struikfeetiran in 1939 een nieuwe naam nodig had. Onderscheidend: de zang is hier tweedelig tsjoe-wip … tsjiep, daar drieledig met een hoge psiet aan het slot; de roep is bij beide een droog wit en helpt dus niet. Daarnaast de staart omlaag in plaats van omhoog, een langere snavel met scherp afgesneden donkere punt, bleker en grijzer verenkleed, en een leefgebied van sagebrush en jeneverbes tegenover bergstruweel en ratelpopulier op grotere hoogte. De sparrenfeetiran roept een scherp, hoog piek, heeft een klein donker snaveltje en zit in hoog naaldbos. De kleine feetiran zingt tsje-BEK, snel herhaald, en heeft een bredere oogring en een kortere snavel. De blonde feetiran zingt tsjie-lik en heeft een roomkleurige borst.
Leefgebied
Hoge woestijn en Great Basin: oude, hoge sagebrush langs valleiranden, open jeneverbes- en pinyonbos en ijl ponderosabos met een kale ondergroei. Het zwaartepunt ligt boven ruwweg 1200 meter, met uitlopers van onder 600 tot ongeveer 2400 meter. Hij foerageert laag, tot op de grond, vanaf een lage uitkijkpost. In de winter zit hij in mesquitebosjes, beekbegeleidend bos, subtropisch doornbos en struweel.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Hij broedt van het zuiden van Brits-Columbia door Washington, Oregon, Idaho en het zuidwesten van Montana over het hele Great Basin — Nevada, Utah, oostelijk Californië, Wyoming, Colorado — tot in Noord-Arizona en Noordwest-New Mexico. De trek is kort: de eerste vogels zijn in april op het broedgebied en vanaf augustus al in het winterareaal. Hij overwintert in Zuid-Arizona en West-Texas, in Baja California Sur en van Sonora zuidwaarts tot Oaxaca. In Arizona broeden en overwinteren dus verschillende vogels in verschillende delen van de staat.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Let eerst op de staart en pas daarna op de kleur: één trage neerwaartse beweging vanaf een lage sagebrushtop of jeneverbestak scheelt je de rest van het determinatiewerk. In mei en juni zingt hij vanaf zonsopgang; het tweedelige tsjoe-wip … tsjiep heeft een traag, regelmatig ritme dat je van veraf al van de haastiger zang van de struikfeetiran onderscheidt. In de winter is hij in de mesquitebosjes van Zuid-Arizona de enige te verwachten feetiran.
Staat van instandhouding
Partners in Flight schat de wereldpopulatie op ongeveer 2,9 miljoen vogels en geeft 9 van de 20 punten op de Continental Concern Score. De Breeding Bird Survey wees tussen 1968 en 2014 op een toename van ongeveer 2,4 procent per jaar. Het knelpunt ligt bij het leefgebied: bebouwing, houtwinning, mijnbouw en olie- en gaswinning nemen sagebrush en jeneverbesbos in, en waar het uitheemse cheatgrass de inheemse sagebrush vervangt, ontstaan branden waarna het oude, hoge struweel niet terugkeert.
Wetenschappelijke naam
Empidonax wrightii | Baird, 1858
Spencer F. Baird beschreef de soort in 1858 als Empidonax wrightii, naar materiaal van El Paso in Texas; de naam is sindsdien niet van geslacht veranderd en staat daarom zonder haakjes. De soortnaam eert Charles Wright, de botanicus die voor de Mexican Boundary Survey verzamelde. Het geslacht Empidonax werd in 1855 ingevoerd door Cabanis, uit het Grieks empis, empidos 'mug' en anax 'heerser'. De Nederlandse naam verwijst naar de sagebrush, een alsemsoort (Artemisia tridentata), waarin hij broedt.





