Alle soortenUilenEchte uilen › Braziliaanse dwerguil

Braziliaanse dwerguil | Glaucidium brasilianum

Ferruginous Pygmy-Owl | Mochuelo Caburé

De braziliaanse dwerguil is een van de meest verbreide uilen van Latijns-Amerika en bereikt Noord-Amerika maar net: in het zuiden van Texas is hij gewoon, in het zuiden van Arizona is er nog een restje van over. Hij is roodbruin, kleiner dan een roodborstlijster maar met een lange staart, en hij jaagt in het volle daglicht.

Braziliaanse dwerguil (Glaucidium brasilianum)
Foto: Bernard DUPONT — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Kleedvormen

Braziliaanse dwerguil, grijsbruine kleedvorm, naast de roodbruine hoofdfoto
Grijsbruine kleedvorm, naast de roodbruine hoofdfoto · Foto: Zygy — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een eentonige reeks poet-tonen in een vast, snel tempo van ongeveer drie per seconde, tot zo'n tien seconden achtereen, met pauzes van vijf tot tien seconden tussen de reeksen. Een mannetje kan daar minuten- en zelfs urenlang mee doorgaan. Daarnaast klinken korte, scherpe notenreeksen en een laag, langgerekt gekwetter. De toon is met een simpele fluit na te doen, en dat lokt niet alleen de uil maar ook een woedende menigte kleine vogels.

Luister: ZangXC893843

Opname: steve — CC BY-SA 4.0 · Aruá - Observação de aves e natureza, Mata de São João, Bahia, Brazil · xeno-canto

Herkenning

Een kleine, gedrongen uil met een lange staart en een ronde kop zonder oorpluimen. De kleur wisselt van kaneelbruin tot grijsbruin; de kruin draagt fijne lichte streepjes, de gezichtssluier is donker met witte streping, en de ogen zijn citroengeel. De onderdelen zijn wit met brede roodbruine strepen, de staart is donker met smalle roodbruine dwarsbanden. Op de achterkop staan twee zwarte, licht omrande vlekken die van achteren op ogen lijken. Vrouwtjes zijn iets groter dan mannetjes; jonge vogels hebben een ongestreepte kruin. De vlucht is snel en recht, op korte, snelle slagen.

Verwarrings­soorten

De bergdwerguil is de enige echte verwarringssoort in Noord-Amerika: die heeft witte spikkels op de kruin in plaats van streepjes, lichte in plaats van roodbruine staartbanden en zingt veel trager, één toon per één à twee seconden. De twee komen in het bergland van Arizona bij elkaar in de buurt, maar de bergdwerguil zit hoger, in naaldbos, en de braziliaanse dwerguil lager, in woestijnstruweel. De cactusuil is even klein, maar korter van staart, fijn gevlekt en nachtactief. De schreeuwuilen van het geslacht Megascops zijn groter en hebben oorpluimen.

Leefgebied

Laaggelegen, halfopen terrein: doornstruweel, mesquiteland, oeverbos langs droge rivierbeddingen, savanne, droog tropisch bos en de rand van tuinen en dorpen. In Arizona hoort hij bij de Sonorawoestijn met zijn hoge zuilcactussen, waarin hij de spechtenholten vindt waar hij in broedt. Hij is een randsoort: hij zoekt de overgang tussen dichte begroeiing en open grond. Hoog bergbos vermijdt hij en hij blijft meestal onder de tweeduizend meter. Anders dan de meeste uilen jaagt hij bij daglicht, met de meeste activiteit rond zonsopgang en zonsondergang.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Van het zuiden van Arizona en het zuiden van Texas door heel Mexico en Midden-Amerika en verder zuidwaarts tot in Argentinië — buiten het kaartvenster van deze gids. Hij trekt niet: de vogels blijven het hele jaar in hetzelfde gebied. In Arizona is het areaal in de twintigste eeuw sterk ingekrompen doordat de oeverbossen langs de rivieren van de woestijn verdwenen, en met die bossen de meeste uilen. In Zuid-Texas houdt hij stand in het dichte struweel van het laagland van de Rio Grande.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in Zuid-Texas op een windstille ochtend in doornstruweel en luister naar de aftellende reeks tonen; het tempo alleen al scheidt hem van elke andere uil van het gebied. Volg het geluid en kijk naar halfopen takken op twee tot vijf meter hoogte, niet naar de boomtop. Nabootsen werkt, maar trekt ook de kleine vogels aan die hem komen pesten — vaak zie je eerst de mobbende zwerm en pas daarna de uil.

Staat van instandhouding

Over het hele areaal gerekend is de soort gewoon en niet bedreigd, maar de noordwestelijke rand is dat wel. De populatie in Arizona wordt op enkele honderden vogels geschat en werd in juli 2023 door de Amerikaanse overheid als bedreigd aangemerkt, met verstedelijking, het oprukkende buffelgras en droogte als voornaamste oorzaken. In Texas is de stand stabieler, zolang het laaggelegen doornstruweel niet verder wordt ontgonnen.

Wetenschappelijke naam

Glaucidium brasilianum | (Gmelin, 1788)

Gmelin beschreef de soort in 1788 als Strix brasiliana; omdat ze later naar een ander geslacht is verplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Glaucidium is een verkleinwoord bij het Griekse glaux, uil. brasilianum betekent eenvoudig 'uit Brazilië'. Het beschreven exemplaar kwam uit Brazilië; Hellmayr stelde in 1929 Ceará als typelocatie voor.