Alle soortenHoenderachtigenTandkwartels › Montezumakwartel

Montezumakwartel | Cyrtonyx montezumae

Montezuma Quail | Colín de Moctezuma

De montezumakwartel is de meest onopvallende kwartel van Noord-Amerika totdat hij zich laat zien: het mannetje draagt een zwart-wit geblokt harlekijnmasker op een verder kastanjebruin en blauwgrijs lichaam vol witte spikkels. Hij leeft verscholen in het hoge gras onder open eikenbos in de bergen van het zuidwesten en verraadt zich zelden door te vliegen — pas van vlakbij, en dan plotseling.

Montezumakwartel (Cyrtonyx montezumae)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een dalend, bevend gefluit dat langzaam wegsterft, alsof het geluid uit een andere richting komt dan waar de vogel zit — een eigenschap die het opsporen ervan lastig maakt. Koppelleden houden contact met zachte, korte piepjes terwijl ze door dicht gras foerageren. Bij het uiteenvallen van een koppel na verstoring klinkt een ijler, herhaald fluitje waarmee de vogels elkaar weer bij elkaar roepen.

Luister: ZangXC492136

Opname: Diana Doyle — CC BY-SA 4.0 · Hereford, Cochise County, Arizona, United States · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje heeft een onmiskenbaar zwart-wit gestreept gezicht met een zwarte keel, een kastanjebruine borst vol ronde witte vlekken en een blauwgrijze rug met zwarte strepen; de kuif is bol en waaiervormig in plaats van spits. Het vrouwtje is egaal zandbruin en gevlekt, zonder felle kleuren, en valt vooral op door zijn ronde, gedrongen vorm en het ontbreken van een duidelijke hals. Beide geslachten hebben een opvallend korte staart en lange, gebogen klauwen waarmee ze bolletjes en knollen opgraven. In vlucht is de vogel kort, rond en snel, met een explosieve opstart vanaf de grond.

Verwarrings­soorten

Het mannetje is door zijn harlekijntekening met geen andere Noord-Amerikaanse vogel te verwarren. Het vrouwtje kan op afstand lijken op een vrouwtje geschubde kwartel of virginiaanse boomkwartel, maar is korter van staart, ronder van lichaam en veel minder geneigd om op te vliegen: waar die soorten wegrennen of opstuiven, blijft de montezumakwartel doodstil zitten en laat hij zich soms bijna aanraken voor hij alsnog explosief wegschiet. Ook het gekozen terrein verschilt — dicht, hoog gras onder eikenbos in plaats van open grasland of struweel.

Leefgebied

Open eikenbos en eikensavanne met een dichte, hoge grasondergroei, op hellingen tussen ongeveer 1200 en 2500 meter in de bergketens van het zuidwesten. De vogel is voor voedsel en dekking sterk afhankelijk van die grasmat: zonder een dichte laag overjarig gras om in te schuilen en bolgewassen in te vinden, verdwijnt hij, ook als het eikenbos zelf intact blijft. Hij mijdt zowel kaal beweid grasland als gesloten bos zonder grasondergroei.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel in geïsoleerde berggebieden van zuidoostelijk Arizona, zuidwestelijk New Mexico en het uiterste westen van Texas, met het zwaartepunt van het areaal in de Sierra Madre van Mexico, waar hij zuidwaarts doorloopt tot in de centrale hoogvlakte. Hij trekt niet, al zakken vogels aan de noordrand van het areaal in strenge winters soms naar iets lagere hellingen. Overbegrazing die de grasondergroei onder het eikenbos wegvreet, heeft de soort in delen van zijn Amerikaanse areaal zeldzamer gemaakt dan hij een eeuw geleden was.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Loop in de vroege ochtend of late middag langzaam door grasrijk eikenbos en let op kleine, verse kuiltjes in de grond — het graafwerk van een foeragerend koppel is vaak makkelijker te vinden dan de vogels zelf. Blijf staan zodra je een koppel vermoedt: de vogels verraden zich soms pas als je er bijna bovenop staat.

Staat van instandhouding

De IUCN heeft de soort nog niet apart beoordeeld. Plaatselijk is hij door overbegrazing en het verdwijnen van de grasondergroei onder eikenbos afgenomen, terwijl hij in beter bewaard bergterrein nog algemeen kan zijn; betrouwbare cijfers over de hele Noord-Amerikaanse populatie ontbreken.

Wetenschappelijke naam

Cyrtonyx montezumae | (Vigors, 1830)

Vigors beschreef de soort in 1830 als Ortyx Montezumae; sindsdien is hij in het geslacht Cyrtonyx geplaatst, vandaar de haakjes om auteur en jaar. Cyrtonyx is Grieks voor 'gebogen klauw', naar de opvallend lange, gekromde nagels waarmee de vogel graaft; montezumae eert Moctezuma II, de laatste azteekse keizer, naar het Mexicaanse kerngebied van de soort. De typelocatie is bij de beschrijving alleen als Mexico opgegeven.