Alle soortenRoofvogelsHavikachtigen › Stellers zeearend

Stellers zeearend | Haliaeetus pelagicus

Steller's Sea-Eagle | Pigargo gigante

Stellers zeearend broedt aan de kusten van Oost-Siberië en overwintert op Hokkaido en langs de Zee van Ochotsk; in Noord-Amerika is hij een uitzondering, met een handvol waarnemingen, vrijwel alle op de Aleoeten. Met zes tot negen kilo en een buitensporig zware gele snavel is hij de zwaarste zeearend ter wereld. Enkele vogels bleven jaren achtereen in Alaska hangen.

Stellers zeearend (Haliaeetus pelagicus)
Foto: Julie Edgley — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roepen buiten het broedgebied is zeldzaam, en wat je dan hoort is meestal ruzie om vis. De gewone roep is een diep, blaffend ra-ra-ra-rau-rau, dieper dan dat van de zeearend en volgens waarnemers op Kamtsjatka het best te vergelijken met zeer luide, laagstemmige meeuwen. Bij het nest en op winterse voedselplaatsen roepen meerdere vogels tegelijk, zodat het geblaf aaneengesloten doorloopt. Van de dwaalgasten in Noord-Amerika is vrijwel geen geluid opgetekend.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

De volwassen vogel is donkerbruin tot zwart met een scherpe tekening van wit: witte schoudervlakken langs de voorrand van de vleugel, een witte broek en een witte staart die wigvormig tot ruitvormig toeloopt. Snavel, poten en iris zijn geel, en de snavel is buitensporig hoog en gebogen — het opvallendste kenmerk van de soort. Jonge vogels zijn egaal roetbruin met lichte marmering in de staart, een donkere snavel en bruine ogen; het volwassen kleed duurt jaren. Het vrouwtje is groter en aanzienlijk zwaarder dan het mannetje. In de vlucht zijn de vleugels breed met een duidelijke bocht in de achterrand.

Verwarrings­soorten

In Alaska is de Amerikaanse zeearend de vogel waarmee hij het snelst wordt verward, vooral in onvolwassen kleed: die is eveneens bruin, maar kleiner, met een veel lichtere snavel en zonder wit op de schouder. De volwassen Amerikaanse zeearend heeft een witte kop en een egaal witte, recht afgesneden staart, niet de wigvorm. De zeearend van Groenland en Eurazië heeft ook een witte wigstaart, maar is bruin zonder witte schoudervlakken en heeft een aanzienlijk slankere snavel. Een zeldzame donkere vorm van Stellers zeearend mist het wit op vleugel en broek, en dan is de staart het enige witte deel.

Leefgebied

Rotskusten, zeekliffen, riviermondingen en de benedenlopen van grote rivieren, waar hij op zalm en andere vis jaagt en kadavers zoekt. Hij nestelt in hoge bomen of op rotsrichels langs de kust en op eilanden, met naaldbos en berkenbos op korte afstand van het water. In de winter verzamelen de vogels zich langs de rand van het drijfijs en bij visserijhavens, waar de aanvoer voorspelbaar is. Binnenland zonder open water gebruikt hij niet.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het broedgebied ligt op Kamtsjatka, langs de kust van de Zee van Ochotsk, aan de benedenloop van de Amoer, op noordelijk Sachalin en op de Sjantareilanden; de winter brengt hij vooral door op de zuidelijke Koerilen, op Hokkaido en verder in Korea en China. Voor Noord-Amerika geldt hij als dwaalgast: de meeste waarnemingen komen van de Aleoeten, met enkele tot in het zuidoosten van Alaska. Een deel van die vogels blijft opvallend lang hangen — er zijn drie gevallen bekend van dieren die jarenlang in Alaska verbleven. Eén jonge vogel die in 2020 bij Denali werd gezien, dook daarna op in Texas, Quebec, New England, Nova Scotia en Newfoundland; dat is het spoor van één individu, geen areaal.

Waar en wanneer kijken

Reken er niet op hem te vinden. Komt er een melding, let dan eerst op de snavel: geen andere arend van het werelddeel heeft een zo hoge, gebogen en felgele snavel, en dat kenmerk werkt ook bij een jonge vogel zonder enig wit. Bij een zittende vogel valt de witte schouder pas op als hij de vleugels laat zakken.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie wordt geschat op ongeveer 5000 vogels, met zo'n 3200 broedparen, en de trend is dalend; op de Rode Lijst staat de soort als kwetsbaar. De bedreigingen zijn het verlies en de verandering van kustbos, vervuiling door industrie, overbevissing, het overstromen van nesten, vervolging en loodvergiftiging door hagel in kadavers en visafval. Op Hokkaido overwintert een groot deel van de populatie op een klein oppervlak, wat de soort gevoelig maakt voor plaatselijke veranderingen in de visserij.

Wetenschappelijke naam

Haliaeetus pelagicus | (Pallas, 1811)

Peter Simon Pallas beschreef de soort in 1811 als Aquila pelagica, bij de arenden van het geslacht Aquila, naar vogels van de eilanden tussen Kamtsjatka en Amerika. Omdat ze later naar Haliaeetus is verplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Haliaeetus is gevormd uit het Griekse hals, 'zee', en aetos, 'arend'; pelagicus gaat terug op pelagos, 'de open zee'. De Nederlandse en de Engelse naam eren Georg Wilhelm Steller, de natuuronderzoeker die in 1741 met Bering langs deze kusten voer.